S
inds ik de cursus Elements of AI heb gedaan, kijk ik heel anders tegen mijn schaakvriendje Nelson aan. Nou ja, schaakvriendje… hij is nogal bot. Niet alleen omdat hij daadwerkelijk een bot ís, maar ook omdat hij me tijdens het spel trakteert op intimiderende opmerkingen. Al bij zet 2 schampert hij `Scholar’s mate today?’ en dirigeert zijn koningin naar A4. Later in het spel `Watch out’ of `I’m coming at you!’. Nelson is nogal overtuigd van zichzelf.
De gratis cursus werd ontwikkeld door de universiteit van Helsinki en wordt in Nederland uitgevent door de TU van Delft. Je leert niet om goede prompts te schrijven, maar krijgt vooral achtergrond en inzicht in hoe kunstmatige intelligentie werkt. Voor een volkomen alfa als ik niet bepaald gesneden koek. Statistiek, bayesiaanse kansberekening, lineaire en logistische regressie; als ik deze termen tijdens mijn studie ooit heb gehoord, dan heb ik ze begraven onder een dik sediment van Slauerhoff, Hermans en Bloem. Gelukkig wordt de droge theorie geïllustreerd met simpele voorbeelden, zoals boter, kaas en eieren.
Nu begrijp ik tenminste wel beter hoe Nelson een aantal zetten vooruit kan kijken en op basis daarvan een min of meer waarschijnlijke afloop voorspellen. Ik ben niet zo’n goede speler en hij wint vaak van me. En als hij zeker is van zijn zaak, gooit ‘ie er een pesterig `Almost there…’ in.
Bots…
20250227
‘K richt de wereld in, wiedewiede naar mijn eigen zin”, piepte Pippi in 1972 bij monde van Paula Majoor. Mooi voorbeeld voor de huidige generatie potentaten die de wereldbol herschrijven.
orig jaar voltooide ik het libretto voor een nog uit/op te voeren opera. Ik schreef er ook de muziek bij en heb deze opgenomen, met behulp van vier fijne vocalisten. Het is maar de vraag of het libretto ooit in druk, als `boekje’ zal verschijnen, na jarenlange afbraak van het overheidsmecenaat door kabinet en volksvertegenwoordigers. Maar dat is een ander verhaal.
atuurlijk moeten we – zoals Frank Boeijen ons al jaren geleden vermaande – niet denken in huidskleur, `maar in de kleur van je hart’. Aanleiding voor zijn nummer Zwart-wit was de racistische moord op de 15-jarige Kerwin Duijnmeijer. Een taxichauffeur had geweigerd de dodelijk verwonde jongen naar een ziekenhuis te vervoeren: `wie wil er bloed op de achterbank…?’ Nederland was geschokt, in 1983.
n het dagelijks leven kom je af en toe een bloedneus tegen, maar een oog waar een bloedvat knapt, noemen we toch geen bloedoog. De kans dat we in Nederland ingesneeuwd raken wordt steeds kleiner, maar is voorlopig nog veel groter dan dat we ingezand raken, wat in woestijnen wellicht vaker aan de hand is. Je hebt ochtendmensen, avondmensen, nachtmensen, maar wie ‘s middags floreert, vindt zich in een woordenboek niet terug als middagmens. En je hebt wel landgenoten, maar geen taalgenoten.
eclameschrijvers verbergen meesterlijk hun agenda. `Koopt Nederlandsche waar’ werd `Kies voor het gemak van digitaal bankieren’. De laatste tijd worden we in reclames uitgenodigd om een product of dienst te ontdekken. Bedoeling blijft overigens dat wij ons geld eraan blijven uitgeven.
e sociale media hebben ons de afgelopen jaren verrijkt met een nieuwe beroepsgroep, in een volkomen unieke categorie. Je hoeft er niets voor te kunnen, kennen, maken of doen, je hoeft je alleen maar te tonen. Maar wie dat het beste kan, wie de meeste aandacht naar zich toe weet te trekken, is koning(in).
ij Nederlanders zijn gek op tradities én we zijn eigenwijs. Dus is Piet buiten de Randstad zo zwart als roet, een oeroud gebruik waar je – omwille van de kindertjes – van afblijft. Wij houden nu eenmaal van die olijke krullenkop met dikke lippen, altijd wat om te lachen. Al heeft de rest van de wereld nóg zulke lange tenen.
En `eigenwijs’ wil niet zeggen dat we star zijn, hè. We passen best oude tradities aan de tijd aan. Toen Beatrix aantrad, bleef Koninginnedag gewoon op 30 april. Want wie heeft er nou zin in een stervenskoude Vrijmarkt op 31 januari? Sint-Maarten vieren we liever in het weekend dan doordeweeks, veel handiger met werk en de kinderen op tijd naar bed. O, trouwens, dat vasten na zo’n slopende week carnaval hebben we maar helemáál afgeschaft, dat was echt geen doen. Kijk, zo kan het dus gewoon óók!
Niks star, niks conservatief: we staan wagenwijd open voor nieuwe tradities, ook, júist van ver over de grens. Oktoberfest, foodtruckfestivals, Halloween, Black Friday, en sinds kort zelfs Thanksgiving. Kenden we twintig jaar geleden allemaal nog niet eens. Als je erover nadenkt, wat je jezelf tekortdoet…
Maar we zijn er dan ook wel weer echt lekker Hollands eigenwijs in: Oktoberfesten zijn bij ons gewoon, heerlijk helder, in oktober en Black Friday duurt bij ons het hele weekend, zodat we tijd genoeg hebben om ons volkomen laveloos te shoppen. Wie kan daar nou over vallen?
Nou, doei, ik ga ff door, kerstmarktje pakken in Düsseldorf… doen we elk jaar tegenwoordig.
20191129 
en ik uitgeluld over taal, dat ik al zo lang niet heb geblogd? Nee hoor, in de tussentijd heb ik veel geschreven, waaronder een libretto (daarover later meer).
e lexicografische pionier Samuel Johnson schreef met enkele assistenten in negen jaar de monumentale `Dictionary of the English language’ (1755) bij elkaar. Twee volumineuze banden, doorspekt met citaten van o.a. Shakespeare, Spenser, Milton.
ebben mensen hardnekkig ruzie, dan vervallen ze vroeg of laat in categorische bepalingen:
oms, als mijn ogen langs woorden glijden, is het net alsof ineens de mist optrekt. Dan ontdek ik iets dat er allang was en volstrekt natuurlijk, maar toch… Ooit, bij het openen van een fles Château Des Roques zag ik ineens in dat het dakje boven de a, de accent circonflexe, staat voor een s. En daarmee komt `chasteau’ ineens heel dicht bij het Nederlandse `kasteel’.
oorden slijten, termen vergaan,
The Golden House’, de dertiende roman van Salman Rushdie, is een toverlantaarn en kijkdoos ineen, waarin feiten, fake news, fabelarij en mythicisme beurtelings een loopje met ons nemen. Een overdaad aan verwijzingen (popcultuur, cinema, literatuur, politiek) doorspekken het al zo bomvolle verhaal, waarachter een onnoemelijk duister verleden, intriges, geld en drugs de motor zijn.
euk nieuw taaldingetje: je kent iemand met een grappig loopje, of een maniertje of trekje. Het valt niet alleen jou op, maar ook je collega’s of vriendengroep, studie- of kroeggenoten. En dan doe je het ineens zélf, per ongeluk: je blijft wachten bovenaan de trap, totdat je tegenligger voorbij is. En die vraagt, verrast: `Hee, doe je een marloesje?’.
et is een ondergewaardeerde kunst: iemand diep beledigen. Het vereist inlevingsvermogen en welsprekendheid. Kun je je verplaatsen in de te beledigen persoon, dan weet je wat hem of haar het meest dierbaar is, welke taboes daar op rusten en hoe je die het radicaalst kunt overtreden. In de ene cultuur zijn ziektes een geschikt scheldthema, in de andere seks, stoelgang of `jouw moeder’.
hierry Baudet werd weggehoond toen hij wijsneuzig een toespraak begon met een Latijns citaat. Maar was hij in het Engels begonnen, dan had er geen haan naar gekraaid.
n mijn vorige blog had ik het over de bekende, hardnekkige dt-fouten die Vondel nog niet maakte. Onderzoekster
aal verandert, schreef ik al eens in mijn postje Fout Nederlands… Wie bepaald dat? Voortdurend ontstaan nieuwe woorden, uitdrukkingen, waarvan de meeste in korte tijd weer in vergetelheid raken. Ook de regels en normen die we officieel vastleggen in grammatica’s en in ons eigen hoofd zijn minder in beton gegoten dan we misschien denken. Ons gezamenlijke, min of meer gedeelde taalgevoel is bezig aan een eeuwige wandeling door het Park van de Onbegrensde Talige Mogelijkheden en blijft zelden lang ergens hangen.
et is december, dus tijd om de balans op te maken en 2017 te condenseren tot een serie lijstjes. Woord, song, sporter, nieuws enzovoort van het jaar: de media schrapen luidruchtig de feitjes bij elkaar, enquêteren zich een slag in de rondte en hopen vooral dat hun opsomming uniek en opzienbarend genoeg is om onze aandacht te trekken, te midden van het eindejaarskabaal.
e fraaie, ongerepte, zuid-Portugese kust werd begin jaren ’90 volop `ontwikkeld’: hotels, winkelcentra, luxe villa’s. Ik was er als arme student op een shoestring-backpackvakantie – al noemde ik dat toen gewoon vakantie. Fotografie was nog analoog – weinigen kénden überhaupt het woord `digitaal’. Vaak moest ik kiezen om níet af te drukken: dat bespaarde film, ontwikkel- en afdrukkosten. Zes filmpjes in drie weken was echt de max.
0171124
ehakketak over wat correct Nederlands is, is niet enkel van nu. In de Atlas van de Nederlandse taal* staan mooie verhalen over hoe men in de 16e en 17e eeuw onze taal op de tekentafel legde. Gedreven door een gulzig beleefde klassieke Wedergeboorte streefde men toen naar een pure, Nederlandse eenheidstaal tot fundament van de nog wankele nationale identiteit.
ie bladert er nog voor zijn plezier in een woordenboek? Toen ik Nederlands ging studeren, schafte ik me een amper tweedehands driedelige Van Dale aan, 175 gulden bij De Slegte. Ik stuitte, als een beduusde Livingstone, op `serendipiteit’: het verschijnsel dat je soms pardoes iets vindt waar je helemaal niet naar op zoek was, maar dat wel een blijvende glimlach op je gelaat tovert, of je de juiste weg wijst (mijn definitie;)
e foto’s van
n het jaar 79 van onze jaartelling barstte de vulkaan Vesuvius spectaculair uit en bedolf een metersdikke laag gloeiende as de nabij gelegen stad Pompeii. Toen enthousiaste archeologen in de 19e stad begonnen met opgravingen, troffen ze op de muren een overweldigende hoeveelheid graffiti aan, van scabreuze aantijgingen via reclame en laster tot keiharde politieke agitprop. Maar ook poëtische teksten als deze:
ussen 1954 en 1968 kregen dokters, verplegers, ziekenhuizen en gezondheidsinstituten in de hele westerse wereld dit soort ansichtkaarten. Met een persoonlijke groet, handgeschreven en authentiek gepost in België, Chili, Pakistan, de Malediven. Slimme marketing van de Abbott Pharmaceutical Company uit Chicago.
e weet waar je aan toe bent – je hebt immers de voorwaarden gelezen. Bovendien krijg je van Oom Google misschien wel goede tips en suggesties, omdat je hem zelf hebt geholpen de reclames samen te stellen.
u de zomer definitief voorbij lijkt, verdwijnen armen, benen, schouders en ruggen zoetjesaan weer uit het zicht. En daarmee ook de daarop aangebrachte tatoeages. Persoonlijk vind ik dat niet zo erg. Bij veel van die plaatjes vraag ik me af wat erger is: of je ooit spijt gaat krijgen dat je ‘m hebt laten zetten of juist dat je daar géén spijt van gaat krijgen. En hoe ze er over tien, twintig jaar uitzien, als de huid rimpelig en vlekkerig wordt.
e hoofdredacteur van de Utrechtse daklozenkrant noemde me ooit meester op de korte baan, toen bleek dat ik in 100 woorden een leuk verhaaltje kon houden over bekende Utrechters. Voor wie denkt dat ik lui ben: met het schrijven van 100 woorden ben je niet per se korter bezig dan met een stukje van 400, of zelfs 1000 woorden. Met weinig woorden heb je weinig kans om te nuanceren, dus moet je extra zorgvuldig kiezen. Stel je voor dat je een poolreis gaat maken en je kan enkel een daypack als bagage meenemen.
e hashtag vierde onlangs zijn tiende verjaardag. In augustus 2007 introduceerde Chris Messina het hekje (#) op Twitter om berichten te kunnen groeperen op onderwerp. Zinvol als je snel alle informatie bijeen wilt hebben over #JustinBieber of #NSvertragingen.
edacteurs van woordenboeken zijn doorgaans nogal op de millimeter wat betreft definities, grammaticale en etymologische informatie, spelling uiteraard. We moeten altijd woekeren met de ruimte om een zo accuraat mogelijke omschrijving te geven van, bijvoorbeeld, een `dubbelmol’. We kunnen lang puzzelen op de essentie van `due diligence’. Sommigen van ons hebben hun hele, lange leven gewijd aan de studie van het Gotisch en Raetoromaans om ons overtuigend te kunnen inlichten over de oorsprong van, bijvoorbeeld, een woord als `paard’. Zakelijk, nuchter, to the point, zoals het hoort.