Wat hebben we De Natuur veel ontnomen de laatste paar honderd jaar. Wilde flora en fauna hebben we in steeds hoger tempo weggevaagd om steeds meer mensen te kunnen huisvesten. We hebben een hele industrie ontwikkeld waarmee we die mensen steeds gezonder en langer konden laten leven op een steeds hoger levenspeil. Als een olievlek heeft onze beschaving zich over de wereld verspreid. Tot er bijna geen Natuur meer over was.
Het is geven en nemen, weten we. Dus vinden we het goed om De Natuur wat terug te geven van wat we haar ontnomen hebben. We zetten bijvoorbeeld een Zeeuwse polder weer onder water. We ploegen een parkeerterrein om bij een verlaten industrieterrein, net buiten Veenendaal. Of we planten een stel bomen op een overbodige akker in Oost-Groningen. We zetten er een houten hek om en leggen er een wandelpaadje aan met houtsnippers. Voor je het weet vind je er weer kortsnuitzeepaardjes, spiegeldikkopjes en lachsternen. En NS-wandelaars in ANWB-tenue, een boscafé met biologische koffie en homemade gebak.
We streven naar vermindering van de CO2-uitstoot, dus rijden we elektrisch. We scheiden afval tegen de plasticsoep in de oceanen, letten op FSC-keurmerken en EKO-labels. Maar hebben nu eenmaal smartphones, airfryers en yogamatten nodig. En af en toe een barbecue of een stedentripje. Geven en nemen, toch?
Maar even serieus, duurzaamheid is complexe business. We moeten zoeken naar een goede balans tussen menselijke activiteit, dierenwelzijn en zorg voor flora en fauna. Hoe kiezen we bijvoorbeeld tussen meer asfalt of meer files? Tussen fijnstof door fossiele brandstoffen of horizonvervuiling door windturbines? Dat zijn geen makkelijke afwegingen, maar politiek gevoelige zaken met grote economische consequenties. En met veel belangen en partijen, die soms, vaak, liever denken aan het genot en de winst op korte termijn dan aan de effecten op lange termijn.
Wij, consumenten, kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan verduurzaming. Minder vlees, minder vliegen, minder verkeer, om te beginnen. Minder spullen kopen, duurzaam kopen en daarmee producenten en leveranciers stimuleren duurzame producten aan te bieden. We kunnen stemmen op groene partijen en ons verenigen in organisaties die de natuur beschermen. Anderen laten zien dat je zo ook heel fijn kunt leven.
Open deuren ingetrapt? Ja. Is het zo simpel? Vast niet. Is het genoeg om tegenwicht te bieden aan de kortetermijndenkers? Dat weten we op zijn vroegst als het te laat is. Hoe dan ook, we mogen hopen dat we De Natuur er een beetje blijer, gezonder mee maken. En dat is dan tenminste íéts.
20170817
et voorvoegsel ont- is ontluisterend ondoorgrondelijk. Heb je je bijvoorbeeld ooit afgevraagd waarom `ontbranden’ betekent dat iets begint te branden? Je zou immers kunnen denken dat het juist het tegenovergestelde betekent: ophouden te branden. Denk maar aan `ontsluiten’ (openen) en `ontvetten’ (vet verwijderen).
e zijn begin juli alle 3300 buiten bedrijf gesteld, de gele ANWB-praatpalen. Net als de fluittalen, waar ik eerder over schreef, werden ze ingehaald door nieuwe vormen van communicatie. In plaats van een kilometer te moeten sjokken over de vluchtstrook app je nu ff de pechservice, lekker makkelijk. Maar nostalgie is een hardnekkige mensenkwaal. Zoals eerder de rode Britse telefooncellen waardevolle verzamelobjecten werden, zo willen velen nu zo’n gele `Broer Konijn’ aanschaffen.
eel grote bedrijven leggen graag aan de wereld uit hoe Groen ze zijn. Electronicaconcerns, fastfoodketens, oliemaatschappijen etaleren uitgebreid hoe goed ze presteren op de Schaal van Smaragd. Bouwmarkten en papierproducenten pronken met FSC-keurmerken, wasmiddelfabrikanten met Eko-labels. Supermarkten en witgoedventers steunen knuffelbare groendoelen, van het Wereld Natuurfonds tot de zeehondjes van Pieterburen. Toppunt van `greenwashing’: een bekende hamburgerboer die zijn logo groen schildert.
en paar maanden geleden verscheen de prachtig geïllustreerde `Atlas van de Nederlandse taal’ (Lannoo), in twee edities: een Nederlandse en een Vlaamse. Dat is niet voor niets.
n de bergen van Turkije en op veel andere plekken in de wereld kon je ze tot kort geleden nog vaak horen: gefloten berichten. Een handig middel om kloven te overbruggen: een herder zet zijn vingers aan de mond en vertaalt zijn boodschap in een reeks hoge en lage fluittonen. Aan de andere kant van het dal spitst men de oren en begrijpt: `wolven hebben twee schapen opgepeuzeld’, of `schat, ik ben een uurtje later thuis’.
achitis – je krijgt er kromme benen van – ontstaat door een gebrek aan vitamine D en calcium. De ziekte werd voor het eerst onderkend in Groot-Brittannië, in de begindagen van de Industriële Revolutie. Kinderen maakten er lange dagen in de fabrieken en zagen amper de zon, vandaar dus.
eel winkelstraten in Utrecht lijken op een gatenkaas, of een rot gebit. In de strijd tegen de dozenschuivers van het internet leggen steeds meer klassieke winkels het loodje. Vastgeroeste, bejaarde ketens sluiten de knarsende deuren. Da’s mooi, want zo ontstaat er ruimte voor nieuwe, kleine zaakjes, creatieve geesten en woonruimte. Maar dat terzijde.
Het is leuk om iets te weten of te kunnen wat weinig anderen kunnen of weten. Het geeft een zekere macht. Je kunt er anderen mee verbluffen, overtroeven of te kakken zetten. Het kan zich ook tegen je keren, bijvoorbeeld als je in het gevlei wil komen bij de leraar, maar je je daardoor vervreemdt van je klasgenoten.
en paar jaar geleden vond Geert Wilders de Koran `erger dan Mein Kampf’ (en ik vermoed dat hij sindsdien niet van mening is veranderd). Weldenkend Nederland was ontzet: je kunt de Koran toch zeker niet met Mein Kampf vergelijken?! Eh… jawel hoor, en daar is op zich niets mis mee. We vergelijken allemaal.
SIS is een zionistisch complot om de islam te demoniseren. Dit wordt nog door velen betwist, maar deze waarheid laat zich op internet de mond niet snoeren. Uiteindelijk wordt dit de algemene mening en daarmee een onweerlegbaar feit. Kennis is kneedbaarder dan ooit.
agobert kende ik als jong kind enkel als de gierige oom (Engels: Scrooge McDuck) van Donald Duck, held van mijn vrolijke weekblad. Toen ik later door een geschiedenisboek bladerde en las dat er ook een Frankische koning Dagobert was, stond ik versteld. `Geboren in Épinay-sur-Seine, 603.’ Zou deze ook slobkousen – magisch onbekende kledingstukken – hebben gedragen?
zelf het gevoel dat Leonardo hier probeert over te brengen.
tel, je vergelijkt onze taal met het heelal – en de woorden die we gebruiken zijn sterren en planeten – dan is er nog een heleboel `donkere materie’, woorden die we niet kunnen waarnemen, maar wel bestaanbaar zijn.
aak zijn woorden en uitdrukkingen niet meer dan vervoermiddelen voor je gedachten. Je luistert er niet eens meer naar: je praat alsof je fietst. Gelukkig maar. Zou je aan elk woord blijven hangen, dan zou elke gedachtegang behoorlijk tijdrovend worden.
e haalt de trein op het nippertje, sollicitatiegesprek om half 10 in Den Haag. De deuren sluiten achter je en de trein trekt op, richting Amsterdam. Je had die van spoor 7 moeten hebben, niet die van spoor 5. Waar is spoor 6 trouwens gebleven?
ylvia Kristel
nna van Schurman
arel Doorman
et was zo’n goed voornemen: elke week een blog schrijven, maar na een gloedvolle start is het je na een tijdje toch weer wat ontglipt. En nu staar je naar een leeg scherm en vraag je je af hoe dat ook alweer gaat, schrijven. Herken je dat?
rme Zamenhof. Met de beste bedoelingen stelde hij het Esperanto samen. Een kunstmatige taal, makkelijk te leren, regelmatig, de gedroomde overbrugging tussen volken, culturen. Nooit meer geworden dan een curieus stukje huisvlijt, gekoesterd door wereldvreemde idealisten.
ls je je boodschap aan een groot publiek wilt overbrengen, dan moet je helder en eenvoudig zijn. Daar is al een paar jaar een keurmerk voor: het Europees Referentiekader voor de Talen. Het omvat zes niveaus van taalvaardigheid, van heel laag (A1) tot heel hoog (C2).
r zijn mededelingen die maar een fractie tonen van de eigenlijke boodschap, zoals een ijsberg maar voor klein deel boven de waterspiegel uitsteekt:
én gratis gadget in elke verpakking!
Je bent een dief van je eigen portemonnee als je deze aanbieding laat liggen.’ Deze oubollige, maar effectieve drogreden kennen we van de markt. Van wie steel je? Van jezelf. Bij wie komt de buit terecht? Bij diezelfde talige schizofreen dus.
`Vandaag scheurde ik uit mijn broek, kookte de melk over en is de kat doodgegaan!’
ie ben ik? Ik noem me Roeland. Iedereen die Nederlandstalig is, noemt me Roeland. Maar die e is lang, lang geleden achter de o gezet om aan te geven dat je een korte klinker verlengt. Je ziet dat in middeleeuwse namen als Maerlant (aa) en Blancefloer (oo). Fijn en leuk om te weten als je een gruwelijk kantoorgebouw als Janssoenborch in moet. Je ziet het verschijnsel nog steeds, ook in modern Nederlands: de e achter de i, niet?