Speedcuber

Je blijkt er geld mee te kunnen verdienen: zo snel mogelijk een Rubiks kubus oplossen. Zag ik laatst in het Jeugdjournaal. Rick Hamburger doet het. Goed om te weten voor iemand die, zoals dat heet, `tussen twee banen’ zit.

Dat er betaalde werkgelegenheid is voor meer wonderlijke bezigheden, wist ik al sinds Raymond van Barneveld een carrière in het darten opbouwde. Inmiddels zie ik ook familievloggers, influencers, nagelartiesten, geurmarketeers, lachcoachen en theesommeliers hun bijdrage leveren aan de samenleving.

In de meer serieuze sector zijn er `procesregisseurs’ nodig, die `graag werken op strategisch niveau’; bij het RIVM kun je solliciteren op de functie `QP/RP’ (Qualified Person/Responsable Person), als `schakel tussen farmacie en maatschappij’. Ze zoeken eerst en bovenal iemand `met wie het prettig samenwerken is’. En waarom ook niet?

Voor wie nog als AI-promptschrijver aan de bak zou willen: dat werk is inmiddels door AI overgenomen, zoals dreigt voor elk beroep waar nog maar kort geleden een denkend mens onmisbaar werd geacht. Niet erg, denken is een overschatte bezigheid. In een ander Jeugdjournaal werd kinderen gevraagd of ze niet bang waren voor brainrot, door de constante stroom aan pulpbeelden op sociale media. Een flegmatiek schouderophalen was nog de meest gearticuleerde reactie.

Je kunt er maar beter om lachen… en hopen dat er nog mensen in de zorg willen werken tegen de tijd dat je die nodig hebt – en kunt betalen. Ik zou een bedragje opzij leggen.

20260409

Boekenbal

Literatuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is literatuur nog in dit land?

Een criterium kan zijn: worden de klassieken nog gelezen? Dan is, op een handjevol titels na, de Nederlandse literatuur van vóór 1960 mors- en morsdood. Met het mes op de keel zal een vwo-klasje zich nog door plukjes Max Havelaar worstelen, of een frisse straattaalversie van de Reinaard, maar daar houdt het wel mee op. `Het hemelse gerecht’ – uit Vondels Gijsbrecht – dat ik leerde kennen via mijn Donald Duckie, wordt nu enkel nog gebruikt als restaurantnaam.

Na 1960 dan: worden die Grote Drie nog gelezen? Je weet wel… Ook na de middelbare school nog? Of hun navolgers? Roxane van Iperen, Tommy Wieringa en Joke van Leeuwen schrijven prachtige, intense verhalen, maar zetten beduidend minder om dan Saskia Noort, Kluun of Herman Koch – en mogen hún boeken literatuur heten?

Van mij wel hoor. Als het zo lastig is om mensen überhaupt aan het lezen te krijgen, dan mogen zelfs Peter `Hendrik Groen’ De Smet en Heleen van Royen het podium op. En dat gebeurt dan ook: de eerste schreef het Boekenweekgeschenk 2026 en verklaarde op het Boekenbal vooral te houden van dunne, toegankelijke boekjes. Heleen was er ook, als verslaggever van RTL Boulevard. Elitair snobisme kan het CPNB niet verweten worden: zelfs Goldband was er welkom.

Dit is geen noodgeval: als je je grenzen maar ruim stelt, is er genoeg te beleven voor tevredenen of legen. Dit alles heb ik bij mijzelve overdacht…

20260325

Vrijheidsbijdrage

Knap staaltje, dat de spinners van het CDA in staat waren zo’n gewiekst frame uit de mouw te schudden; dat ze het zelfs verankerd kregen in het regeerakkoord: de Vrijheidsbijdrage. Een extra belasting om meer wapens en militair personeel te financieren. Hadden ze dit item er net zo klakkeloos in kunnen fietsen als ze het gewoon `Extra DefensieBelasting’ hadden genoemd? Natuurlijk niet: de term `Defensie’ is al wazig en weinig urgent; op Extra Belasting zit niemand te wachten.

Het slimme zit vooral in dat `bijdrage’. Die term doet een beroep op onze goede wil, die eigenlijk al vanzelfsprekend is: iedereen draagt een steentje bij, vrijwillig, uit saamhorigheid. In gedachten zie ik Henri Bontenbal met de collectebus in de Rotterdamse Koopgoot staan: `Heeft u een kleine bijdrage voor ons goede doel?’

Door er de vlag van de Vrijheid boven te hijsen speelt het CDA, en nu het kabinet, verder in op onze welwillendheid. Gezien de onstabiele geopolitieke situatie en de grillige en onbetrouwbare wereldleiders kunnen we maar beter onze zaakjes op orde brengen en weerbaar zijn. Voor onze Vrijheid, die ons allen lief is, ja toch, niet dan?

Ironisch genoeg is de Vrijheidsbijdrage een verplichting, gewoon een extra belasting. Ideetje voor de Haagse spinners: een Ministerie van Vrijheid zou ons veel gunstiger stemmen over de enorme `vrijheidsbudgetten’ die het kabinet komende jaren gaat uitgeven.

Verkooptruukjes, goochelen en rookschermen optrekken met handig bedachte termen. Je kunt er hele volksstammen mee verleiden – en om de tuin leiden. Overtreffende trap is (weer eens) Trump die met zijn cynische roeptoeter `Truth Social’ de ene pertinente onwaarheid na de andere de wereld in slingert.

Ach, had ik het toch voor het zeggen… Ik zou in de regeringsplannen een grote Groene Gift opnemen, verplicht te doneren door de meest vervuilende bedrijven en organisaties. Voor Moeder Aarde. Wie kan daar nou tegen zijn?

20260302

Kunstmatige intelligentie en appeltaart

Er zijn nog steeds mensen die blind vertrouwen op wat ChatGPT ze vertelt. Wat je terugkrijgt op je prompt klinkt immers als goed Nederlands, geformuleerd in vriendelijke volzinnen. Je vraagt om het beste recept voor appeltaart en je krijgt het. Alsof een sympathieke, weldenkende en goed geïnformeerde instantie tot je spreekt, die elke vraag serieus neemt en geduldig beantwoordt. Intelligent, zo lijkt het.

Ontwikkelaars noemen AI-bots zoals ChatGpt `Large Language Models’. Ze worden gevoed met grote hoeveelheden taaldata en getraind om daarmee nieuwe teksten te genereren, gebaseerd op statistische principes. En dat alles onwaarschijnlijk snel, met enorm veel computerrekenkracht.

Zo lukt het de bots om ons een `oh’ van ontzag te ontlokken. Terecht, op zich, want het is fenomenaal hoe concreet en accuraat hun antwoorden kunnen zijn. Je zou bijna vergeten dat AI geen bewustzijn heeft, maar enkel machinaal de meest waarschijnlijke woorden aan elkaar rijgt. Is dat intelligent?

Elk mens kan associëren, heeft besef, begrip, benul. Bij `het beste recept voor appeltaart’, bij een filmpje van een spinnende kat, bij `9-11′ (of `6-7′). Elk mens kan bovendien zelf creatief omgaan met de kennis die die heeft: nieuwe kennis verwerven die voortbouwt of juist afwijkt van de bestaande; schokkende kunstwerken scheppen; een gewaagde variant op dat appeltaartrecept bedenken, anticiperen, herinterpreteren, liegen en ironisch verdraaien. En dat alles vanuit een intentie, een eigen persoonlijkheid.

AI-bots hebben geen begrip, geen intentie en geen persoonlijkheid. Ze hebben enkel data, geproduceerd door mensen. Slim of dom, goed bedoeld of bewust misleidend, ongeïnformeerd, ongeïnteresseerd, gemeend of ironisch; feiten, fabels en falen op een grote hoop. AI maakt geen onderscheid; AI is kunstmatig, maar niet intelligent.

Een AI-bot is eigenlijk een beetje als een doorsnee achtstegroeper die een tekst over de snaartheorie navertelt. Of iemand die een mop tapt in een taal die die niet spreekt. Of het heerlijkste recept voor appeltaart formuleert zonder deze in gedachten te proeven.

20260216

Doorstroomtoets

De meester van mijn zesde klas las de uitslagen van de Cito-toets met een flinke dot ceremonieel voor. Niet alfabetisch, maar van de laagste naar de hoogste percentielscore. Wreed? Zeker! Sadistisch? Niet zo bedoeld, denk ik. De eerst genoemde kinderen konden hun tranen niet bedwingen bij de publiekelijke vernedering. Degenen met de hoogste scores kraaiden van geluk: eindelijk stonden de studiebollen bovenaan, na jaren van gepest op het schoolplein.

Deze weken zijn de achtstegroepers bezig met de doorstroomtoets. Veel instanties downplayen dit harde, objectieve meetpunt ten gunste van het subjectieve oordeel van de docent en, op een montessorischool in Almere, dat van de leerling zelf. Kinderen krijgen ingeprent dat het écht niet heel belangrijk is en dat ze vooral kalm moeten blijven. Tegelijkertijd geeft Kidsweek `5 tips tegen toetsbibbers’, het Jeugdjournaal zelfs 10. Dat zal vast helpen…

Bij steeds meer jeugdsportwedstrijden worden de scoreborden weggehaald, om te voorkomen dat de prestatiedruk het spelplezier bederft. `Ze staan zo jong al onder zo veel druk; laten we dat hier voorkomen, dan hoeven ze er ook niet mee leren omgaan’, lijken de experts te denken. Al jaren geleden werden kinderen op school daarom ook ingedeeld in groepen, in plaats van de veel te niveaugedreven `klassen’.

Ideeën over pedagogiek veranderen. Iedereen bedoelt het vast goed, maar achteraf blijkt telkens dat de voorgaande generatie het toch niet helemaal goed heeft begrepen. Mij lijkt het gezond dat kinderen leren dat ze allemaal hun eigen sterke en zwakke punten hebben en dat datzelfde geldt voor andere kinderen. Dat er (onvermijdelijk) overal een al dan niet zichtbaar scorebord hangt. Dat ze (even onvermijdelijk) beoordeeld zullen worden, op het schoolplein, de werkvloer, de rest van hun leven lang. Dat ze daar maar beter al jong op een gezonde manier mee leren omgaan en hun eigenwaarde leren kennen.

Maar ik heb makkelijk praten: de lagere (!) school ligt al decennia achter me. Ik doe ook al decennia niet meer aan groepssporten: daar was ik vreselijk slecht in, wist ik al vroeg.

20260127

Smeerijs

Als woordenboekenmaker stuitte ik soms op wonderlijke verschillen in culturen, zoals het regent pijpenstelen versus it’s raining cats and dogs. Of hoe het ene volk vloekt en scheldt met ziektes en het andere met seksuele of stoelganggerelateerde taboes. Of de tientallen woorden waarmee Inuit verschillende soorten sneeuw en ijs onderscheiden.
In een NS-Boekenwissel vond ik het curieuze boekje Koro (Chinees), de hysterische overtuiging dat je penis steeds kleiner wordt (zelfst. nw.) van Howard Rheingold (1988), een lexicon van onvertaalbare woorden. De titel verraadt al meteen de meest kluchtige, maar hier geniet ik toch ook wel van:
bol (Maya) 1) schoonfamilie 2) domheid;
bustarella (Italiaans) envelopje [als eufemisme voor steekpenningen];
frotteur (Frans) iemand die zich in menigten tegen vreemden aan wrijft;
fucha (Pools) het gebruiken van tijd en middelen `van de baas’ voor jezelf;
Schlimmbesserung (Duits) een verbetering die een verslechtering blijkt;
shibui (Japans) de schoonheid van het verouderen;
Torschlusspanik (Duits) de angst om alleen, zonder levenspartner, over te blijven;
uffda (Zweeds) woord waarmee je medeleven uitdrukt als iemand anders pijn heeft;
ugurugüzak (Inuit) smeerijs, eerste stadium van bevriezing, dat de rimpeling van het wateroppervlak doet verdwijnen;
won (Koreaans) de tegenzin om illusies los te laten;
Zivilcourage (Duits) de moed om een impopulaire mening te verkondigen.

Sinds 1988 hebben veel termen uit het boek min of meer een plek gekregen in het Nederlands, zoals understatement, oorwurm, mantra, meme en wabi sabi. Nog los van de enorme en nog steeds groeiende invloed van het Engels. Maar daarover een andere keer.

20260112

Clubs en bazen

Het ooit zo houterig degelijke NOS-journaal bedient zich steeds vaker van informele, eenvoudige taal. De presentators lezen losjes de op B1- taalniveau afgeregelde autocue voor. Verslaggevers in vrijetijdskledij interviewen `het volk’, dat in eigen woorden de vork in de steel mag duiden. `Het is ongelofelijk’ en `ik heb er geen woorden voor’, hoor je dan ook regelmatig.

Klare taal, in principe een mooie ontwikkeling. Je spreekt een brede groep mensen aan, door de zaken niet ingewikkelder voor te stellen dan ze zijn. Ook politici en deskundigen doen graag mee, sinds de heksenjacht op elite en intellect is geopend.

Maar informele woordkeus kan aan de feiten ook een al te joviale draai geven. Zo is Rutte niet de huidige `NAVO-baas’, wat ik op het journaal vaak hoor, maar de secretaris-generaal van een belangrijk internationaal militair-politiek bondgenootschap, met de bijbehorende, nogal verstrekkende bevoegdheden. En Greenpeace is geen `milieuclub’, met alle bijgedachten aan gezellige vrijblijvendheid, maar een serieuze organisatie met een belangrijke, hartstochtelijk beleden maatschappelijke missie. Afgelopen tijd werd Marco Borsato volgens een journalist juridisch bijgestaan door de `knoopjes’, waarmee hij op het notabele advocatenechtpaar Knoops doelde, als stond hij regelmatig met ze te babbelen in hun stamkroeg.

Koning van de eenvoudige, directe taal is ongetwijfeld Trump, zoals we dagelijks mogen ervaren. Hij bewijst dat je met korte zinnetjes, een minieme woordenschat en een kolossaal ego overal mee wegkomt. Hoe hard je ook liegt, bedriegt, fabuleert, demoniseert of hallucineert.

Waarmee ik maar wil zeggen: klare taal is niet altijd ware taal.

20251229

Lijstjes

December, lijstjestijd én opruimtijd. Zo heb ik nog stapels blogs-in-spe die zich maar niet willen manifesteren. Vragen waar je geen antwoord op hoeft te verwachten, ergernisjes waarin ik me hebt vastgebeten, trivia die ik nooit ergens smakelijk kan droppen, verstofte stokpaardjes die maar in m’n systeem blijven rondtrappelen. Herkenbaar? Mooi moment om er een paar af te vinken.

# Is `smaragd’ niet een van de mooiste Nederlandse woorden? Iets tussen `smacht’ en `pracht’ in.
# `Mamma appelsap’… wie dát hoort in Michael Jacksons `Wanna be startin’ somethin” is zéker niet geschikt als radio-dj en moet wellicht aan een gehoorapparaat gaan denken.
# Waarom spreken zo veel mensen de ü van Glühwein uit als `oe’?
# Is `Volgens mij’ iets meer dan een gewiekste methode om je gelijk te halen door jezelf als autoriteit aan te halen? Volgens mij niet.
# `Silly’ betekende ooit gewoon `vrolijk’. Toen in de 16e eeuw de betekenis begon te veranderen, voelden de bewoners van de Silly-eilanden zich daar niet zo senang over en plakten er een c tussen; daardoor wonen hun nazaten nu op de Scilly Islands.
# Is het toeval dat `het bijltje erbij neergooien’ hetzelfde betekent als `ermee kappen’?
# Wanneer cancelen we de cockpit, als onmiskenbaar symbool van agressief machismo?
# Als je de wijsneus uithangt, waar hangt die dan aan, of uit?
# Hoe zijn `vlegel’ en `vlerk’ ooit scheldwoorden geworden? Wat hebben die arme vogels ons misdaan?

Alvast een goed voornemen: ik heb hier nog heel veel meer van en daar ga ik u niet mee lastigvallen. Met andere wel, bijvoorbeeld de willekeur in het aaneen of losschrijven van bepaalde werkwoorden volgens het Groene Boekje.

20251216

Bootleg

Schaarste is, enerzijds, een groot goed. Ik was dertien en kersvers Beatlesfan. Bootlegs* – ongeautoriseerde geluidsopnames – waren voor mij de Heilige Graal, begeerlijker nog dan de reguliere albums. Veel duurder dus ook. Groot was dan ook mijn geluk toen ik, op een fanclubdag, een cassettebandje wist te scoren met daarop middag- en avondconcert van mijn Fab Four in Houston, 1965.

De eerste minuten hoorde ik een nerveuze presentator die probeerde de hysterische meidenmeute te kalmeren. `They’re just getting the DRUMS on stage, be STILL a minute.’ Volgde een optreden van nog geen half uur, matige geluidskwaliteit, Paul en John allebei schor. Bleek het avondconcert ook nog eens zo goed als identiek aan het middagconcert: zelfde liedjes, zelfde grappen tussendoor, zelfde obligate bedankjes. Maar bij schaarste klaag je niet: het bandje was lange tijd mijn kostbaarste bezit, een zeldzaam relikwie.

Half onder de toonbank van schemerige platenwinkels kocht ik naderhand meer bootlegs (de Decca-tapes, Get Back-sessies), maar de glans ging er een beetje af toen vanaf 1995 de officiële Anthology-serie op de markt kwam. Drie goed gedocumenteerde dubbel-cd’s met veel waar je als Beatlesfan al jaren naar op zoek was geweest. De mythische status van veel bootlegs verdampte.

Het was met de bootlegjacht definitief gedaan toen het internet ons leven overnam. De verspreiding van allerhande content – legaal en illegaal – bleek niet meer te beteugelen. Op YouTube vind je inmiddels zelfs de uitstekende videobeelden van de Beatles in Japan (1966)**, op vinyl ooit zowat de kostbaarste Graal der Gralen, gratis, te grabbel.

Zolang we toegang hebben tot online bronnen, zal de schaarste nooit meer terugkomen. Heel fijn natuurlijk: er is zo veel moois te ontdekken. Anderzijds… niets meer om over te dromen, op een verlanglijstje te zetten, een queeste naar te ondernemen, te koesteren als een exclusief juweel. Niet zoals ik als dertienjarige.

20251201

* In de schacht van een laars kun je een wapen verbergen, of een flesje illegale drank. Zo werd `bootleg’ een parapluterm voor allerlei clandestiene waar.
** Evenals het avondconcert in Houston trouwens: https://www.youtube.com/watch?v=RMaShvlkR4M

Vlees

`Meat is murder’ is een bekende plaat van The Smiths uit 1985. Voorzanger en vega-activist Morrissey bant sindsdien overal waar hij optreedt vlees van het menu. De albumtitel legt een verschil bloot dat we in het Nederlands niet hebben. Het Nederlands kent alleen vlees, maar in het Engels is `meat’ de aanduiding van vlees als consumptieartikel. `Flesh’ daarentegen leeft en is niet bedoeld om te eten. Door `flesh’ om te labelen tot `meat’ verhul je dat je levende dieren vermoordt om hun dode vlees, zal Morrissey gedacht hebben.

Het verdoezelende onderscheid tussen levend en dood vlees komt in het Engels vaker voor: `pigs’ wroeten in de modder, `pork’ zit in de `pie’; `calves’, `cows’ en `sheep’ lopen in de wei, `veal’, `beef’ en `mutton’ liggen in de braadpan. Als het je lukt een `deer’ af te schieten, dan heb je die avond nog `venison’ op je bord.

Het Nederlands is wat eenduidiger: vlees van een varken is varkensvlees. Maar hoe vaak staan consumenten er bij stil dat speklapjes, slavinken, chipolataworstjes, Duitse biefstukken gemaakt zijn van dode dieren? Dat gehakt niet gehakt `iets’ is, maar gemalen vlees? Je ziet het niet aan de vorm of de kleur van wat er onder de folie geklemd zit.

Van daar: zouden voedselproducenten het niet eigenlijk in grote letters moeten vermelden als in hun producten dood dier is verwerkt? Bijvoorbeeld zo groot als op vleesvrije producten: `vegetarische oockworst’, `plantaardige pluimfeest burgers’ en `vegan kipstuckjes’. Een foto van het nog levende dier mag ook.

20251117

Vosdraf

VOSDRAF, las ik in een ondertitel van een klassieke dansfilm die me in de zomer door omroep ONS werd voorgeschoteld. Was het de manier van lopen van een vos? Nee, dat zou `vossendraf’ heten. Een plant dan, zoals hondsdraf? Ook niet. Internet levert één zoekresultaat, gekoppeld aan… fox trot! Natuurlijk, dansen, foxtrot, vosdraf.*

Had een vertaalmachine gehallicuneerd? Had een menselijke, creatieve ondertitelaar zich deze geestige vrijheid aangemeten? Of is er een trend gaande om zo letterlijk mogelijk naar het Nederlands te ondertitelen? Dat lijkt wel, want vaak genoeg schemert het Engels opzichtig door het Nederlands heen:
– ze begon haar leeftijd te tonen < she began to show her age;
– wij kunnen maar zo veel doen < there’s only so much we can do;
– laten we hopen op het beste < let’s hope for the best,
zelfs als het Nederlands voor het oprapen ligt:
– nicotinesticks komen in allerlei smaken (… zijn leverbaar in…);
– slapen als een baby (… roos);
– 14.000 troepen in Afghanistan ( … militairen/soldaten…).

Zo adert het Engels zich als een schimmel door het Nederlands, zoals vroeger het Duits en het Frans. Dat levert veel nieuw Nederlands op. Leuk of irritant, maar sowieso frisser dan al het Engels dat we dagelijks al toegeslingerd krijgen. Van vosdraf werd ik althans best vrolijk.

* Dit was in augustus. Inmiddels zie ik al veel meer vosdraffen, automatisch (?) vertaald op buitenlandse winkelsites als alibaba.

20251106

Plaat Utregs proate

Plaat Utregs proate werd ons wel afgeleerd door mijn moeder. Zelf opgegroeid in de volksbuurt Geuzenwijk verfoeide ze toch de tongval die door Rijk de Gooijer en later Tineke Schouten en Herman Berkien landelijke bekendheid verwierf. Mijn moeder doorliep in de brave jaren ’50 de keurige kweekschool en werd kleuterjuf. Thuis was verzorgd taalgebruik de norm. We kwamen te wonen in Overvecht, het Almere van Utrecht, dat in de late jaren ’60 verrees op opgespoten zand. Mijn broertjes en ik pikten dus op school en op straat meer Utregs op dan mijn moeder lief was. We konden haar niet beter plagen dan door bij de lunch te vragen: `Maag ‘k ‘n plakie koas?’

Tegenwoordig profileren organisaties en bedrijven in mijn `stadsie’ zich juist krampachtig door `Utregs’ toe te passen in De Communicatie. Je kunt vrijwilliger worden bij VOAR (foutieve Utrechtse spelling van vóór*), er is een foodtruckfestival (Eg Utregs), er zijn games en een kledingmerk. Je kunt zelfs plat Utrechts leren praten als teamuitje. Ook de gemeente doet vrolijk mee: in de omgevingsvisie Utrecht 2040 lees ik `Utrecht blijft Utreg mien stadsjie’… Een echte Utrechter zou dat `mien’ er nooit in blunderen. Het luistert nauw.

Utrechts, ik hou er niet van. Het klinkt scherp en liefdeloos. Ik praat het, heel soms en alleen voor de gein, met mijn broertjes, en dan nog alleen met een “gloasie aatvokkoat, met slaagrôm”.

* De oo van voor wijkt in het Utrechts niet zo af van het standaard-Nederlands. De korte a (kat > “kaat”) en de lange a (waar > “woar”, let op: oa) wel. Verder de grof gespogen g en de ingeslikte t op woordeind (Oudegracht > “ouwegraag”).

20251027

O ja, die spelling…

Volgend jaar verschijnt het laatste papieren Groene Boekje, las ik laatst in mijn taallijfblad Onze Taal. Ik werd er nostalgisch van. Wat barstte er in 1995 nog een gekrakeel los over de nieuwe officiële spelling. De pannenkoek en het hondenhok joegen veel taalliefhebbers en -professionals de barricaden op. Verfijnde regels leidden tot re-integratie naast reïncarnatie en tot onlogische woordbeelden als would-beschrijver. Appèl verloor het accent dat het onderscheidde van appel. En zo voorts enzoverder. De groene golf legde iedereen aan de spellingchecker.

Natuurlijk waren de spellinghervormers `erop uit’* om het volk te dienen met een eenvoudige, consequente en heldere spelling. Maar of dat nou helemaal gelukt is…In mijn Groene Boekje uit 2005 noteerde ik wat vermakelijke tegenstrijdigheden, die twintig jaar later nog precies zo vermeld staan in het online Groene Boekje: woordenlijst.org.
terzelfder tijd, maar te zijner tijd en tegelijkertijd
blindedarm, maar dunne/dikke darm
klemrijden/klemzetten, maar klem zitten en zich klem zuipen/vreten
terneerliggen, maar terneer zitten
tewerkstellen, maar te werk gaan
Semiet, maar antisemiet
samenzijn, maar anders-zijn

Jammer genoeg zoekt de welwillende taalgebruiker op de officiële spellinglijst vergeefs naar woorden als hatsjoe (wel: hatsjie) en pentagon/pentagoon (wel: Pentagon). Wel opgenomen daarentegen zijn hilarische vormen als prinzipienreitereien, Sovjet-Russischere en absoluutste.

Anno 2025 is de officiële spelling geen reden meer om de barricaden op te gaan; de tegengeluiden zijn gaandeweg verstomd en voor zover spelling überhaupt nog een issue is, kunnen we leunen op artificiële intelligentie, niet waar? Maar wie weet, staat er nog een nieuwe generatie bevlogen haarklovers op die het beter menen te weten dan hun voorgangers. Ik heb nog wel wat tips voor ze;)

* Niet te verwarren met eropuit zijn; dat betekent iets volkomen anders, zoek maar op!

20251008

Op hun pik getrapt

OP HUN PIK GETRAPT! De stelling van Koot en Bie – op hun Simpelpee uit 1980 – mag gelden als een staaltje profetisch inzicht.

`Wanneer de polarisatie der standpunten in het gangbare denken en het vaak al te weinig door enige kennis van zaken gehinderde impulsieve doen zich blijven ontwikkelen in het huidige, mede door de media veroorzaakte, tempo, zal het karakter van een volgende generatie Nederlanders als meest in het oog springende wezenskenmerk een permanente staat van agressieve ontevredenheid met al het denkbare vertonen.’

De hilarische paneldiscussie die ze erover organiseren, loopt al vanaf het begin faliekant uit de hand. Koot en Bie betwisten elkaar op hoge toon het voorzitterschap, Cor van der Laak weidt onverstoorbaar uit over Joseph Schmidt en Walter de Rochebrune trakteert ons op astraal doorgespeelde geluidsopnames van wijlen koningin Wilhelmina en Béla Bartók.

Maar op kant 2 van de elpee gaat het pas echt mis, als Jacobse en Van Es de rest, inclusief de panelleiders, de studio uit terroriseren – (`U krijg drie seconden om de pleiterik te maken…’). Vervolgens demonstreren ze onbedoeld, maar haarfijn de waarheid van de stelling die de `interrektuele’ Koot en Bie zo zorgvuldig voor de paneldiscussie hadden geformuleerd. Miskend, gebelgd en wantrouwig tot het bot (`aan onze pik komp ook een end’) introduceren ze de Tegenpartij (`… voor alle Nederlanders die niet meer tegen Nederland kenne’).

45 Jaar later, ruim een generatie Nederlanders en diverse Tegenpartijen verder, lijkt de stelling de persiflage al lang voorbij. Toch hoop ik dat de in het oog springende bende hooligans de uitzondering zijn en blijven, niet de regel. Dan is het enkel aan ons, alle anderen, om zo verstandig en mild mogelijk te zijn en lief en begripvol voor elkaar, voor iedereen. Misschien is het zo simpel, misschien verbreidt zich dat. Misschien helpt het sommigen (m/v/x) om zich niet zo snel op hun pik getrapt te voelen.

Luister het hele legendarische album nog eens af, ook als je niet in een nostalgische bui bent:

20250925

`Karglas repareert…’

Ontelbare keren heeft die ijle stem me dat afgelopen decennia al toegezongen; op vakantie laatst ook nog in het Frans, Spaans en Portugees. `Karglas vervangt’, ook nog.

Formules, bezweringen, mantra’s, de kracht zit in de herhaling. De platgetreden paden zijn nu eenmaal doorgaans het best te volgen. De krachtigst klinkende formules worden tot waarheden en verspreiden zich als een virus over de wereld, of die daar nou mee gediend is of niet.

Neem nou ACAB*: ik zie die afkorting overal waar ik kom, slordig op blinde muren gekalkt of gesprayd. Terechte bewering in een aantal rechteloze bananenstaten; in de VSA een begrijpelijke houding van mensen met een donkere huid jegens agenten met een lichtere. Maar de onze zijn doorgaans oprecht dienstbaar en waakzaam, is mijn vaste overtuiging.

Het irriteert me dus des te meer dat zulke slappe slogans zich kennelijk toch onder mijn huid weten te nestelen. Nooit heb ik Karglas nodig gehad, maar als ooit, dan weet ik meteen waar ik moet zijn. En nu ik eenmaal weet wat ACAB betekent, stuurt dat misschien toch mijn ideeën over ons politieapparaat, zelfs als ik dat niet wil en beter weet.

Oplossing: maak er een positieve boodschap van, met een krijtje of wat dan ook. Ik heb altijd wel iets bij me, dus als je ergens `A.ll C.olours A.re B.eautiful’** ziet staan, dan heb ik waarschijnlijk die mantra wat opgeleukt ;)

20250909

* `All Cops Are Bad’, lekker in het Engels, want dat bekt zo veel smeuïger dan `alle wouten zijn fout’; vanwaar die afkeer van de eigen taal toch altijd weer? Daarover een andere keer.
** Ook in het Engels, om de kladders te stangen.

Het taifoenseizoen

Opa en oma Dol lazen De Typhoon, want ze woonden in Zaandam en droegen het roode hart links. Die verzetskrant was vernoemd naar een Brits oorlogsvliegtuig, maar opa en oma spraken het op z’n Nederlands uit: `de Tiefoon’. Wisten zij veel…

Wonderbaarlijk hoe het de Engelstaligen gelukt is zo veel spelling-/uitspraakchaos in één taal te proppen. Denk maar aan breakfast: `breek’ + `fast’ = `brekfust’?!*. Nogal wiedes dat wij – niet-natieven- vroeger `kornèt bief’ (corned beef) op brood aten, een `swieter’ (sweater) aantrokken en in `Bleu Band’ bakten. Een strafschop heette op mijn schoolplein een `punnàltie’ en Goofy uit Duckstad noemden wij gewoon `Gofie’, met de o van `yo’. Dit bedacht ik me gisteren toen bij een snelfietser voor me een toeclip losschoot, `toeklip’.

We hebben veel bijgeleerd afgelopen decennia – en een scheepslading aan Engelse woorden ingelijfd. Te veel? Tsja… We spreken ze nu tenminste doorgaans wel op z’n Engels uit, vinden we zelf. Vapen is `veepun’, junkfood is `djunkfoet’, een gameconsole is een `keemkonsóól’, zo ongeveer. En de Nederlandstalige rapper Typhoon noemt zich niet `tiefoon’, maar gewoon `taifoen’.**

Het Groene Boekje spelt het inmiddels als tyfoon, met beide uitspraken erachter. Het staat ook de spelling taifoen toe. Zo schreef Slauerhoff het bijvoorbeeld, onder meer in zijn Portugees-Aziatische roman Het verboden rijk. Het is dan ook van oorsprong een Chinees woord ( 大風, tai foeng, krachtige wind), dat tot ons kwam via het Hindi (तूफ़ान, `toefan’) het Arabisch (طُوفَان, `toefaan’) en het OudGrieks (tυφῶν, `toefoon’).

Azië zit nu midden in het taifoen-/tyfoonseizoen. Dat wordt elk jaar langer, voller en verwoestender. Klimaatverandering: zeewater warmt op, grote gevolgen. Bij die ontwikkelingen zoudens ons de haren te berge moeten rijzen. Maar dat hoef ik u natuurlijk niet meer te vertellen en hier heb ik het nou eenmaal liever over taal.

20250828

* Ik verpolder-engels de uitspraak hier – IPA gaat mijn blog te boven. Charivarius strooit met geestige voorbeelden in zijn gedicht The Chaos; lees, luister en huiver: https://www.youtube.com/watch?v=tfRSvTSY0d4
** Vlamingen daarentegen spreken – uit koppigheid, hoop ik – Engelse leenwoorden veelal vernederlandst uit, dus zoals ze geschreven zijn: gangster, tanken, drugs.

Schip van Theseus

Een jaar geleden werden de steigers afgebroken rond de Utrechtse Domtoren, na jaren van restauratie. Maar liefst 600 m³ natuursteen was vervangen, evenals rot hout, gebroken glas-in-lood, lekkend lood- en leiwerk. Nu kan de toren er weer een paar decennia tegenaan*.

Leuke filosofische kwestie: als uiteindelijk zo’n beetje de hele toren vervangen is, wat rest er dan nog van het oorspronkelijke bouwwerk? Begon het al niet zijn identiteit te verliezen toen het eerste onderdeel vervangen werd? En stel dat je de oude onderdelen gebruikt om een nieuwe toren te bouwen, zijn er dan twéé Domtorens, een originele en een replica?

Deze paradox staat bekend als het `Schip van Theseus’. De oude Atheners vereerden het vaartuig van de held die hun kinderen van de Minotaurus had gered, maar vervingen allengs de vergane planken, masten en zeilen. Toegepast op mensen: ben je nog dezelfde, als je lichaam om de zeven tot tien jaar zo’n beetje elke cel vernieuwt?**

Zou de paradox ook op taal van toepassing zijn? Woorden veranderen van gevoelswaarde of betekenis; denk maar aan het `lodderoog’ van Vondel. Roerend binnen de context van zijn rouwdicht, maar nu goed voor een geamuseerde glimlach. Het werk van Couperus, amper een eeuw oud, is voor veel mensen nu al zo goed als onleesbaar en moet dus `hertaald’ worden, of het wordt vergeten.*** Zou Couperus er zichzelf nog in terugvinden? `Dat vraag ik u af, meneer Sonneberg’, een referentie die weinigen onder de 50 zullen herkennen.

Taal: een levend, constant veranderend organisme, net als een monument. Wie die Theseus ook alweer was, moest ik zelf ook ff googelen. O tempora, o mores…

* https://www.domtoren.nl
** zie ook: https://en.wikipedia.org/wiki/Ship_of_Theseus
*** Tom Lanoye ging nog een stukje verder met zijn grofgebekte `ReinAard’, die, omgekeerd, door geen 13e-eeuwer begrepen zou worden.

20250815

Probleemwolf Bram

Als achtjarige was ik diep onder de indruk van de donderende stem van Ko van Dijk, een van de vele vertellers die zich door Prokofjevs `Peter en de Wolf’ heen hebben geschmierd. Hij baste me de boodschap in klare taal toe: pas op voor wolven, gevaar, gevaar! Wolven zijn altijd de bad guys geweest, of ze nou hun scherpe tanden wilden zetten in Peter, Roodkapje of de drie biggetjes, of ze nou in het bos slopen of met de hele roedel Wall Street bij elkaar huilden.

In ons gemoedelijke Nederland kreeg de wolf aanvankelijk veel speelruimte. Leuk, zo’n echte, legendarische toppredator in ons kleine kikkerlandje. Er werden werkgroepen gevormd voor vreedzame co-existentie, begrip en acceptatie. We compenseerden veehouders voor de doodgebeten schaapjes in de wei. We gaven de wolf-individuen zelfs namen, zoals Bram.

Maar inmiddels is de sfeer omgeslagen. Naast schapen denkt Bram er nu over om ook Luna en Teddy op zijn menu te zetten; de eerste een rellerige shih tzu en de tweede een guitige peuter met ouders die nog nooit van Prokofjev hebben gehoord. Bram is over de schreef gegaan, na alles wat we hebben geprobeerd om hem in het gareel te houden: hekken, borden, lezingen, afzetlinten. En voor de horeca op de Veluwe is deze situatie ook een drama natuurlijk, nu alle bezoekers weggeadviseerd worden.

`Probleemwolf Bram’: twee tegengestelde houdingen in één adem. Het is nog steeds onze Bram, maar we houden niet van problemen. Die moeten opgelost, voordat er ongelukken gebeuren. En zo te zien gaat `Probleemwolf’ het winnen van `Bram’. Station Paintball ligt ineens al ver achter ons. We vinden een andere aanduiding voor het dier: GW3237m, een klinische verwijzing naar zijn DNA-profiel. Dat maakt het voor de jagers misschien makkelijker om de trekker over te halen.

Ik ben blij dat dit alles zich ver buiten mijn invloedscirkel afspeelt, want ik zie hier geen oplossing voor. Maar als taalmens vind ik `Probleemwolf Bram’ interessant. Het doet me ook denken aan een andere tegenstrijdige aanduiding: `knuffeljunk’. Een negatief etiket, geneutraliseerd door iets waar ieder mens naar hunkert, een goeie knuffel. Ja, Herman Brood was een trieste junk, die loog, bedroog en alles stal wat los en vast zat om aan zijn shot te komen, maar hij was heel lief met majoor Bosshardt, die hem even liefdevol in bad deed – hier heeft de positieve kant gewonnen.

Tip: luister ook eens naar de ontwapenende `Peter en de wolf’, verteld door David Bowie in 1978, tussen twee intense afkickpogingen in.

20250804

Trouvailles

In `Transit’ (Boekenweekgeschenk 1994) van Hella Haasse vond ik het woord `rapiarium’: een verzameling losse blaadjes, notities, ideeën, aantekeningen – uit het Latijn (rapere: plukken). Zoiets heb ik ook. Ik lees of luister en mijn talige brein gaat ermee aan de haal. Geestige spelingen van het woordlot (aangeschoten kroegtijger) of het plotse besef dat een woord echt betekent wat het betekent (een beetje is een kleine hap). Ze vallen me in en soms noteer ik ze, net als de aanhangers van de Moderne Devotie dat in hun rapiaria deden.
Voor wie het leuk vindt hieronder wat van mijn trouvailles.

ik heb mijn pain liever Frans dan Engels
dat ouwe lor is was geweest
toegangshek (opening en obstakel in één woord)
kosten/onkosten, guur/onguur (tegengestelden met geljke betekenis)
verlos, verlosser, verlost
vooroploop (de 3 o-klanken in 1 woord)
betweter (de 3 e-klanken in 1 woord)
goot-steen van giet-ijzer

De rapiaria van de middeleeuwse broeders werden na hun dood doorgaans vernietigd. Jammer, ik zou er best een bloemlezing van hebben willen inzien, plukken zogezegd.

202050726

Verward gedrag

Labels komen, labels gaan. Nog niet zo lang geleden kon je onbesmuikt reppen van een gevaarlijke gek, als iemand schuimbekkend en raaskallend over straat rende. Maar deskundigen en het grote publiek kantelden: iemand botweg voor gek verklaren kon niet meer. Zo iemand gingen we `verward’ noemen, een woord dat we eerder gebruikten als je bijvoorbeeld suiker in de soep deed, een naam verhapselde of zonder sleutels van huis ging.

In een volgende fase werd de gedachte: wat je doet, bepaalt niet wie je bent; je kunt mensen niet reduceren tot de mentale staat waar ze op gegeven moment nu eenmaal toevallig in zitten. Verwarde mensen werden dus `personen met verward gedrag’. Tegenwoordig heeft men het in het werkveld liever over `personen met onbegrepen gedachten’. Een mild stemmende omschrijving waar je misschien niet helemaal klaar voor bent als je zo’n persoon in het wild tegenkomt.

Vanuit dezelfde goed bedoelde redenering werd de slaaf een `tot slaaf gemaakte’. Voor woordenboekenmakers een gedrochtelijke aanduiding, want wat is die slaaf in `tot slaaf gemaakte’ anders dan een `tot slaaf gemaakte’? Een lexicografisch Droste-effect dat het hele begrip `slaaf’ uitholt en de schrijnende, onmenselijke betekenis ervan juist verdoezelt.

Anderen kregen de laatste tijd het label dat ze een `afstand tot de arbeidsmarkt’ hebben, zonder dat helder werd wat die afstand inhoudt en hoe deze te overbruggen. Bovendien zijn er veel bedrijven en organisaties waar deze mensen wel degelijk aan het werk zijn, zodat hun afstand tot de arbeidsmarkt feitelijk nul is. Verzachtend als ze zijn, in helderheid blinken deze aanduidingen dus niet uit.

Vanuit heel andere hoek is er juist de neiging om mensen te brandmerken. Wie voor de een bijvoorbeeld `vluchteling’ heet, is voor de ander een `gelukzoeker’. Vluchten en geluk zoeken lijken mij beide heel legitieme redenen om ergens anders heen te gaan, maar sommigen zien geluk zoeken meer als `willen parasiteren’ of iets dergelijks. Verwarrend…

Labels komen, labels gaan. De neiging om mensen te categoriseren blijft altijd bestaan, uit goed bedoelde mildheid, voor het gemak, uit onverschilligheid of keihard venijn. Ze onthullen vaak meer over de mensen die ze opplakken dan over de mensen bij wie ze opgeplakt worden.

Zelf heb ik trouwens ook best veel gedachten die anderen niet zullen begrijpen; denk daar maar eens aan als je me door de stad ziet fietsen.

20250716

Ruimte voor de zon

Het jargon van weermannen en weervrouwen* is zo voorspelbaar als hun onderwerp: `de hitte houdt Europa in zijn greep’, `het kwik stijgt lokaal tot tropische waarden’, `de temperatuur doet er morgen nog een flinke schep bovenop’, `dat kan gepaard gaan met stevige onweersbuien’. En bijna altijd weer is er meer of minder, amper of juist volop `ruimte voor de zon’. Ga maar eens turven hoe vaak je dat hoort**.

Een enkele keer slingert een uitgelaten weerpersoon een nieuwe term de lucht in, zoals `gevoelstemperatuur’ of `weerpluim’, maar verder staat het repertoire wel vast. Het weer kent immers maar een paar variabelen (neerslag, wind en temperatuur) die ook nog eens snel en overzichtelijk in getallen zijn uit te drukken, of in solide formules dus. Niet heel pakkend… Lange tijd was Het Weer dan ook enkel een functioneel aanhangsel van Het Journaal.

Sinds de publieke omroep haar monopolie verloor, won infotainment het van de sobere presentatie van feiten en voorspellingen. Het Journaal bleef – ook bij de commerciëlen – een troosteloze nieuwshutspot, met brandhaarden, wandaden en rampen, dreiging en onheil. Maar met allengs meer dramatische beelden, geschokte getuigen en schrijnende details, die bij mij vooral weerzin en verslagenheid oproepen. Het Nieuws kijken werd nog meer een kwelling op zichzelf. Het Weer daarentegen ontwikkelde zich tot het luchtige toetje.

Dus gelukkig schakelen we na alle ellende over naar de altijd opgewekte weermensen (`slecht weer bestaat niet’). Ze schotelen me vooruit- en terugblikken voor, zoomen uit naar heel Europa en verrassen me met exotische weerfenomenen van heinde en verre. Wetenswaardig alleen voor boeren, vakantievierders en weerfetisjisten, oké, maar wat een heerlijke afleiding. Kom maar op met dat koudefront boven de Orkney-eilanden, leg me graag alles uit over La Niña, en betover me vanavond met een aardbeienmaan of noorderlicht! Liever even het wereldleed uit mijn gedachten verdrijven en niet denken aan wat ons allemaal boven het hoofd hangt.

Hoewel… Het weer is ook al niet meer wat het was. `Warmste 1 juli sinds het begin van de metingen’,`natste zomer ooit’. Jordi, Peter, Roosmarijn en William benoemen steeds vaker de klimaatcrisis en de catastrofale gevolgen die we daar de komende decennia van gaan ondervinden. Droogte, overstromingen, misoogsten… Geen onheilsprofeten of wetenschappers nodig om de cijfers te duiden, die spreken voor zich. Roet in het toetje, en niet zo’n beetje.

Na Het Weer De Reclames: vliegreizen, electronica, heb je je huis wel beveiligd? Hee, barbecuevlees in de aanbieding! Wat boffen we: komende dagen is er nog lekker veel ruimte voor de zon.

20250701

*`Weerpersoon’ of `weermens’ ontbreken nog in het Groene Boekje, maar daarover een andere keer meer.
** Iemand (niet ik) had genoeg van dat cliché en heeft er 1 (één) droogkomische webpagina aan gewijd: https://ruimtevoordezon.nl/

AI-poëzie

Bij een AI-workshop legde ik ChatGPT een aantal van mijn blogs voor en liet mijn schrijfwijze analyseren: zinslengte, woordkeus, stijlfiguren. Schalks vroeg ik de tool vervolgens een nieuwe blog `op z’n Roelands’ te schrijven over de gevaren van kunstmatige intelligentie voor de literatuur.

Nog geen twintig seconden later was er een tekst van 977 woorden gegenereerd, die stichtelijk besloot: `Laten we niet blindelings de weg volgen die de technologie ons wijst, maar laten we ons blijven afvragen wat de ware waarde is van creativiteit en expressie in een wereld die steeds meer wordt gedomineerd door machines’. Ik herkende er mijn stijl niet in, maar het was wel degelijk een behoorlijk coherent betoog in foutloos Nederlands.

Listig prompte ik vervolgens `Maak een haiku van deze tekst’. Het resultaat:
AI schrijft woorden
Menselijke ziel verdwijnt
Twijfel blijft bestaan
Op mijn prompt `Maak er een andere haiku van’ verscheen na een paar seconden op het scherm:
Woorden door machine
Geen ziel, slechts een algoritme
Literatuur vervaagt.
Technisch misschien niet in orde, maar inhoudelijk valt er weinig op aan te merken.

Wat is de ware waarde van creativiteit en expressie in een wereld die steeds meer wordt gedomineerd door machines? Goede vraag, Chat. Ik had ‘m zelf bedacht kunnen hebben…

20250620

Het Nederlands als gatenkaas

Iemand kan wel onbesuisd zijn, maar ik ben nog nooit een besuisd persoon tegengekomen. Voorraden lijken wel altijd onuitputtelijk te zijn, nooit uitputtelijk*.

Ik schreef er al eerder een blogje over: hoeveel woorden zijn wel denkbaar, begrijpelijk en soms zelfs zinvol, maar komen vooralsnog niet voor in ons dagelijks taalgebruik? Taalwetenschappers schrijven ernstig en doorwrocht over `toevallige gaten’**, voor mij zijn ze vooral een voortdurende bron van verwondering en vertier.

In de categorie `grammaticale gaten’ heb je bijvoorbeeld geen…
… versnaperen (ww, naast versnapering, zn);
… verdekken en verkappen (ww, naast verdekt en verkapt bn/bw);
… baldaad (zn, naast baldadig, bn/bw, zoals misdaad en misdadig).

Met voorzetsels lijken er wel meer gaten te zijn dan kaas. Denk eens aan…
… in-, uit- en doorgankelijk* (naast toe- en overgankelijk);
… voordenken (naast na-, over- en doordenken);
… voorstand (naast voorstander, zoals tegenstand en tegenstander);

Hoe meer je er zoekt, hoe meer je er vindt. Waarom niet vertrouwenswaardig, hoopwaardig en liefdewaardig (naast eer-, beklagens-, geloofwaardig)? Waarom wel bindingsangst, terwijl ontbindingsangst minstens zo reëel is. Verder ontbreken bijvoorbeeld…
… manmoed (naast manmoedig, zoals moed en moedig);
… slord (naast slordig, zoals spoed en spoedig);
… antiheldhaftig (naast heldhaftig, zoals held en antiheld);
… feesteloos (naast feestelijk, zoals hopeloos en hopelijk).

Gaten te over voor een volgende blog.

20250612

* `Uitputtelijk’ en `doorgankelijk’ zijn wel opgenomen in online lexicografische bronnen, maar in het wild ben ik ze niet tegengekomen.
** Bijvoorbeeld Ton van der Wouden. Beperkingen op het optreden van lexicale elementen. In De Nieuwe Taalgids, jaargang 85, 1992, pp. 513-538), geraadpleegd via DBNL (KB, nationale bibliotheek).

Schooltas

Als je klein woont en/of veel verhuist, condenseer je vanzelf je materiële bezit. Zo past dat wat nog rest van mijn gehele schoolgaande carrière – van mijn aap-noot-Mies tot en met mijn doctoraalbul – inmiddels in één gehavende HEMA schooltas uit 1979.

In een nostalgische bui blader ik door een multomap uit mijn studietijd, Nederlands. Bladzij na bladzij vol haastig gekrabbelde aantekeningen in pen of potlood. Samenvattingen en nota’s, netter geschreven of zelfs getypt op de Triumph Gabriele 25 van mijn vader. Vervaagde tekst, vergeelde bladen.

Ik heb als twintigjarige gezwoegd op Vodička, Anbeek, Derrida, me geworsteld door Popper, Dorleijn, Chomsky. Ik heb gediscussieerd over multivocation, intertekstualiteit, esthetische distantie, tentamens doorstaan over epistemologie, signifiant vs. signifié, geno-texte, Hawthorne-effect, prevocalic schwa-deletion. Blijkbaar… 55 boeken gelezen voor het tentamen moderne letterkunde, waarvan ik me er nog maar vijftien herinner, vooral omdat ik ze na mijn studie nóg eens gelezen heb. Werkstukken over gedichtencyclussen, waarvan geen letter me bekend voorkomt, sommige geschreven met medestudenten van wie ik me naam noch gezicht herinner.

Was het daarom zinloos? Ruim zes jaar, samengevat in drie multomappen. Al dat werk, al die tijd, het geblok tot ‘s avonds laat in de letterenbibliotheek, de tentamenstress (tot kotsens toe)? Wat is blijven hangen? Wat heb ik er nou echt van geleerd?!

Tenminste dan toch dit: ik heb het verschil geleerd tussen `omdat’ en `doordat’, tussen reden en oorzaak, hoofdzaak en bijzaak. Ik heb geleerd te denken in verbanden, overeenkomsten en verschillen te analyseren. Ik heb ook geleerd dat je de waarheid, de werkelijkheid, op verschillende manieren kunt beleven, beschrijven en geweld aan kunt doen. Ik heb geleerd informatie te filteren en me gedisciplineerd en systematisch (schijnbaar) zinloze kennis eigen te maken. Ik heb geleerd mijn gedachten erover te vormen en te formuleren, deze te verdedigen tegen kritiek; die kritiek gefundeerd te weerleggen óf juist te accepteren en mijn eigen gedachten en meningen te herzien. En… ik heb geleerd deze vaardigheden ook in te zetten in de rest van mijn leven, de wereld buiten mijn HEMA schooltas. Dit alles hoop ik tenminste dan toch. Want ik heb gaandeweg ook geleerd dat mijn eigen kennis grenzen heeft die ik niet altijd (op tijd) scherp heb.

Bij een volgende verhuizing gaat de schooltas wellicht de kliko in. Ik zal er niet om treuren: wat relevant is, zit toch al in mijn hoofd.

20250606

afkalveren

In de sprinter – ofwel het `stoppertje’, zoals de conducteur hem noemt – tussen Amersfoort en Putten mag ik meeluisteren naar een vrolijke vrouwenstem die vertelt hoe ze had geholpen met `aflammeren’. Wat je dan precies doet, ontgaat me, maar het resultaat was dat moeder en kind schaap het goed maakten, gelukkig maar.

Bij navraag bij een ingewijde in de agrarische sector blijkt dat ook `afkalveren’ bestaat: helpen een kalf ter wereld te brengen. `Afveulenen’ vind ik ook nog, evenals `afbiggen’. De hulp is voorbehouden aan zoogdieren, kennelijk, want `afkuikenen’ bestaat niet. Nou ja… nu wel, maar je hebt er niets aan.

`Afkalven’ is iets heel anders, leert het 43-delige Woordenboek der Nederlandsche Taal ons: dát kalf komt van kavel (afgescheiden, gesplitst deel). Wel een beetje treurig dan weer dat zo veel kalfjes al zo jong worden gescheiden van hun moeders.

20250530

Het verdriet van Portugal

1578, Portugal, machtige zeevaardersnatie, Europa’s eerste koloniale macht, zucht onder de pest, mislukte oogsten en economische depressie. Goed moment, meent de piepjonge koning Sebastião, om een kruistocht te ondernemen tegen de ongelovigen van Noord-Afrika. Bij Alcacér Quibir stelt hij zijn leger in slagorde op, met aan één kant de Vleugel der Verliefden, een bataljon frivole jonge, ongetrouwde edelmannen, wel toebereid op een glorieuze overwinning en eeuwige roem, maar niet zo zeer op het gevecht.

De Portugezen lijden tot hun eigen verbazing een verpletterende nederlaag. Sebastião, met zijn gouden harnas, blijkt na de veldslag spoorloos verdwenen. Veel edellieden sneven; de rest wordt gevangengenomen. Portugal gaat bijna failliet door het losgeld, de troonsopvolging leidt tot chaos en twee jaar later lijft Filips II van Spanje het land in.

Portugal, fabelachtig rijk geworden, maar alles weer verloren, geopolitiek speelballetje van Spanje, Groot-Brittannië, Frankrijk, ten prooi gevallen aan wanbestuur en roomse bigotterie, chronisch lijdend aan nostalgie, weemoed, ofwel saudade. Zo was mijn wat geromantiseerde beeld, eind vorige eeuw.

In de 90’s ben ik er veel geweest en werd verliefd op de zwaarzoete taal, de zj’s en de oe’s, de ingeslikte keel-r’en en de dikke l-klanken. Mijn afstudeerscriptie had me via Slauerhoff naar Camões geleid, de gedoemde dichter van het nationale epos Os Lusiadas, die berooid stierf op de dag in 1580 dat Filips II van Spanje zich het weerloze land toe-eigende. Ik ontdekte de fado, de droefgeestige volksblues die in Nederland bekend werd door Cristina Branco. In Portugal zelf werd het genre vernieuwd door Ala dos Namorados, met de prachtige countertenor Nuno Guerreiro. De bandnaam? Inderdaad: Vleugel der Verliefden. Een omhelzing van het fatale verleden.

Luister hier eens naar ze.

Over een paar weken ben ik er weer, voor het eerst in 24 jaar. Ik zal vast op zoek gaan naar het verleden van het land en van mijzelf en ik zal het land en mijzelf veranderd vinden.

20250412

Cookies? – Nee, liever niet

Cookies: niet alleen jij smult ervan – met `gepersonificeerde inhoud’ en op jou afgestemde advertenties – maar vooral degene die ze plaatst en zich te goed doet aan al die heerlijke data uit jouw privéwereld.

Hoe vaak ben ik al niet op een site gekomen waar je twee opties krijgt voor je cookievoorkeuren?
– `JA GRAAG’ (of: `LEKKER!’, met een vrolijk plaatje erbij, nostalgisch omaatje, smullende jongeling)
– `nee, liever niet’ (in minieme, grijze letters, tegen een witte achtergrond, weggedrukt onderaan het pop-upschermpje)
Of de vraag of je een app wil updaten of upgraden naar een betaalde versie. Een vanzelfsprekend en bijna dwingend `nu updaten’ neemt op je scherm alle ruimte in naast een bescheiden `nu niet’. Je moet je eigen, overtuigde `nee’ inslikken en kiezen voor die opgedrongen voorwaardelijkheid – alsof je later nog op die keus zou willen terugkomen.

Is dit nog `nudgen’*? Hangt er misschien vanaf hoe gevoelig je bent voor pogingen om je gedrag te laten manipuleren, of in hoeverre je sowieso al geneigd bent om toe te stemmen. Een sterker (en verderstrekkend) voorbeeld vinden we op een Oostenrijks stembiljet uit 1938. De Oostenrijkers konden kiezen vóór of tegen de Anschluss bij nazi-Duitsland. Op het biljet was `nein’ in het hoekje weggedrukt, met een half zo groot cirkeltje eronder als het jubelend gotische JA in het midden. Nauwelijks minder subtiel schalde de tekst erboven over `Wiedervereinigung’ met het Duitse Rijk en de `Liste unseres Führers’. Opkomst 99%, waarvan 99% vóór stemde – als die uitslag niet gemanipuleerd is.**

Ofwel: laat je de cookies niet door de strot duwen – de keus is aan jou.

* Nudgen: een techniek uit de gedragspsychologie om mensen subtiel en onbewust tot het gewenste gedrag te motiveren.

** Pas op: met deze directe verwijzing naar Hitler maak ik elke discussie hierover onmogelijk. Dat wordt wel een `reductio ad Hitlerum’ genoemd: `Hitler was vegetariër, dus vegetariërs zijn niet te vertrouwen’, dat idee. Een even verwerpelijk retorisch truukje om tegenspraak in de kiem te smoren.

20250405

Ceci n’est pas un blog

Oké, nu ga ik een Echt Blog schrijven. Ik heb een professionele schrijftraining gehad, onder leiding van een ervaren coach, met een handboek ernaast. Geen spielerei meer, geen associatieve aaneenschakeling van woordspelige trouvailles, maar een Echt Blog. Dat is mijn doel vandaag.

Ik ga een onderwerp kiezen, mijn publiek definiëren, een plan maken, met een tijdschema, doelen, stijldimensies, onderzoek. Ik ga de pomodoro-methode toepassen, die ik geoefend heb: 25 minuten aan een taak werken, dan 5 minuten pauze, dat 3 keer achter elkaar en dan een langere pauze en-zo-voort. Hulde aan mezelf, nu al.

[…]

Ruim drie uur later staar ik naar een blog-volgens-het-boekje – prachtig onderwerp (anososognie, zoek het maar op!), planmatig correct afgevinkt, helemaal doorgeresearched, geherstructureerd, zin voor zin hergeformuleerd, kop-midden-staart, alles erop en eraan… maar taai, taai, taaaai…; 674 woorden en ik haak zelf al vóór de helft (bij `klimaatcrisis’…) af, als ik het de volgende dag nalees.

Misschien had ik mijn dag niet, moet ik een geestiger onderwerp kiezen, mijn publiek nog eens herdefiniëren, ander bronnenmateriaal researchen, nog wat meer how-to-video’s bekijken. Of moet ik accepteren dat deze aanpak niets is voor mij? Dat ik liever wat blijf woordspelen en associëren, bloggen voor de leuk?

WAAROM doe ik dit eigenlijk ook weer? Goeie vraag, coach! Levert de professionele schrijftraining toch nog iets op.

En heb ik toch nog een blog geschreven, ergens.

20250331

5 borden die aangeven dat u uw biefstuk moet weggooien!

Zo luidt de wonderlijke kop in een blog* onder de noemer `Keep moving’. Het artikel opent: `dus kocht u een biefstuk en gooide deze in uw koelkast aan het begin van de week. Het weekend is hier en je bent van plan om een lekker chique diner. Ziedaar, de steak lijkt een beetje vreemd.’

Ahh, die borden zijn `signs’, tekens. In de eerste drie zinnen tel ik al zes van die borden die aangeven dat de bron Engelstalig zal zijn geweest en – met bijzonder pover resultaat – door een vertaaltool is gehaald.

Ook dit verhakselde Nederlands wordt munitie voor de kunstmatige-intelligentiekanonnen die nu door iedereen op de barricaden van hun gemakzucht worden gehesen. Waar de input van ChatGPT en andere AI-tools tot dusver nog bestond uit door mensen geschreven taal, zal deze meer en meer vervuild worden met ongecontroleerde kromspraak, volautomatisch uitgebraakt door hersenloze datamachines.

En de komende jaren zullen we dus meer en meer mogen genieten van hallucinant Nieuw-Nederlands, dat ongetwijfeld ingang zal vinden in de brede kringen van taalspuiters die AI inzetten om hun blogs, vlogs, sinterklaasgedichten, reviews enz. te optimaliseren – als ze al de moeite nemen om zelf überhaupt nog een originele gedachte te formuleren en daar een prompt bij te bedenken.

Sowieso is het beter om geen biefstuk meer te eten, maar dat is een ander verhaal.

* https://keepovin.com/nl/hoe-te-vertellen-of-biefstuk-slecht-is-5-telltale-tekens-en-hoe-het-goed-te-bevriezen/ (20220216, geraadpleegd 20250323; zelfs de url klopt niet…)

20250323

Benno Baksteen

Vorige week werd orthopedagoog Tamara Luijer op RTL geïnterviewd, deze week was de beurt aan Timo Roeke van de Vogelbescherming. Later die avond schakelde mijn speelse hoofd van de tweede naar de vijfde versnelling, toen ik bij het crosstrainen een aflevering van QI* zag. Daarin besprak Stephen Fry het wonderlijke fenomeen dat mensen soms hun beroep bij hun naam gekozen lijken te hebben.

De Romeinen wisten al: nomen est omen (de naam is een teken). Wetenschappers vonden er een term voor uit: nominatief determinisme. De Britse dichter Wordsworth, de Jamaicaanse atleet Bolt en de Nederlandse weervrouw Woei, er zijn talloze voorbeelden van. Als er ergens eind vorige eeuw een vliegramp plaatsvond, was de go-to-expert voor het NOS-journaal de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Vliegeniers, Benno Baksteen. Hij werd opgevolgd door Paul Griffioen, ook geen toeval, toch?

Sommige psychologen menen dat het fenomeen voortkomt uit een onbewuste voorkeur voor zichzelf: impliciet egotisme. Positieve gevoelens over jezelf zouden je er onderbewust toe aanzetten om ook je eigennaam sterker te waarderen en daarop je beroepskeuze te baseren. Logischer lijkt dat, bijvoorbeeld, Jan Smit van een lange lijn van smeden stamt – en helaas met die traditie heeft gebroken. En een enkeling zal zich door de achternaam juist bewúst in een bepaalde richting gedreven voelen, zoals een Amerikaanse juriste. Vrienden en familie vonden dat Sue Yoo haar naam maar te gelde moest maken.

Ik ben zelf niet dol op mijn achternaam. Misschien dat ik me er daarom – met wisselend succes – aan probeer te ontworstelen?

20250316

*QI: de luchtige BBC-kennisquiz die me al vele uren helpt mijn crosstrainer-routine af te draaien. Veel afleveringen zijn op YouTube terug te kijken. Sandi Togsvik – die vanaf seizoen N het QI-stokje van Stephen Fry overnam, meldde trouwens nog dat ze bij een oefening op een cruiseschip een reddingsvest kreeg aangereikt van een bemanningslid met de naam Will Drown…

West Side Revisited

Van mijn krantenwijkje kocht ik als puber elke maand één lp; de andere 30 gulden ging op mijn spaarrekening. Zo had ik na een tijdje een aardige verzameling dierbare platen, die ik allengs aanlengde met tweedehandsjes, goedkope nieuwe van dubieuze herkomst en uitverkoopjes. Ik was een latertje toen de cd eind jaren ’80 gemeengoed werd. Ik leende ze – armlastige student – bij de bieb en kopieerde ze naar een zich rap uitbreidende collectie cassettebandjes.

Nu ben ik een boomer en dus een van de laatsten die nog cd’s kopen – en afspelen. Zo tikte ik een curieuze verzamelaar uit 1996 op de kop met opgehipte versies van de liedjes uit West Side Story. Liet ik niet liggen voor vijf euro en nu geniet ik van Aretha Franklin, Patti Labelle, Salt ‘n Pepa, Chick Corea, Steve Vai en… Little Richard die er op zijn 64e lustig op los schmiert: `Such a pretty me, baby!’

Mmm… het album blijkt ook op Spotify te staan, dat valt dan weer mee. Zou ik het ooit hebben aangeklikt, als De Algoritmes het ooit ergens in een aanbeveling hadden gepropt? Ik denk dat ik daar te eigenwijs voor zou zijn. Maar zo’n cd, zo’n glimmende schijf, in een gebarsten jewelbox met een dik boekje erin waarin alle artiesten vermeld staan, uit een tijd dat je voor zo’n cd nog het equivalent van 20, 30 euro moest betalen, daar heb ik vertrouwen in.

Zo moet het misschien zijn voor Gen Z’ers die hun geld stuksmijten op vinyl, van Nirvana tot Billie Eilish. Belabberde geluidskwaliteit – rumble, wow en flutter, armzalig dynamisch bereik – maar wel veel materiaal: een joekel van een hoes en een mooie zwarte schijf in een binnenhoesje. Authentiek ook en een uniek exemplaar, in plaats van een anonieme stream, waarin je als luisteraar één van de zoveel bent. En over die geluidskwaliteit: ik typ nu dit stukje op mijn laptop; via twee beroerde speakertjes komt Keith Jarrett tot me, `Something to remember’… Toeval natuurlijk.

20250310

Scrypto

Elke zaterdag zet ik mijn tanden gretig in de verse Scrypto van de NRC, met recht een slijpsteen voor mijn geest. Ondoorgrondelijke omschrijvingen, om dol van te worden; soms maar één woordje (`tros’, zeven letters*), soms een aaneenschakeling (`A(lles) zeggen’, 3+9+3+2+4+5+4**).

Zet je geest open, Roeland, laat de antwoorden tot je komen. `Opbergmeubel waar nog ruimte is’, drie letters… REK. Dan begint `tros’ met een k… Ketting? Niet gaan malen, volgende proberen, wegleggen, later oppakken. Met mijn vierkleurenbalpen markeer ik in rood de woordgrenzen en in groen de mogelijke oplossingen, of delen ervan. `Bezitten Britten en Nederlanders’, vier letters – zondagavond laat valt me `have’ in, uit het niets. Zwarte pen vult in.

Maandagochtend, `Afbeelding in glas waar je voor moet oppassen’, 3+8+6. Eerste woord zal `het’ of `een’ zijn, verder twee zwarte en een groene letter. Glas-in-lood past niet, gebrandschilderd.. geslepen… figuur.

De Scrypto vertelt me hoe geestelijk fit ik ben. Als ik er helemaal niets van bak, ben ik afgeleid, bezorgd, elders met mijn gedachten. Zelden krijg ik alle vakjes gevuld; de rest doet J.J. Steenhuis mij de volgende zaterdag uit de doeken. `Ach, natuurlijk!’ snap ik dan… of ik troost mezelf: `Had ik nóóit geweten’. Op naar de volgende.

* kabeltv ** het achterste van je tong laten zien

20250301