R
edacteurs van woordenboeken zijn doorgaans nogal op de millimeter wat betreft definities, grammaticale en etymologische informatie, spelling uiteraard. We moeten altijd woekeren met de ruimte om een zo accuraat mogelijke omschrijving te geven van, bijvoorbeeld, een `dubbelmol’. We kunnen lang puzzelen op de essentie van `due diligence’. Sommigen van ons hebben hun hele, lange leven gewijd aan de studie van het Gotisch en Raetoromaans om ons overtuigend te kunnen inlichten over de oorsprong van, bijvoorbeeld, een woord als `paard’. Zakelijk, nuchter, to the point, zoals het hoort.
De hele dag zoeken we de on- en offline media af naar bewijsplaatsen van nieuwe woorden en uitdrukkingen. Alleen zo kunnen we beoordelen of die al een plek verdienen in onze woordenboeken, of ze al `gelexicaliseerd’ zijn, om maar een vakterm te gebruiken. We komen daarbij behoorlijk wat vondsten tegen die getuigen van creativiteit en spitsvondigheid. De meeste zijn eendagsvliegen, zoals `terroroehoe’ en `vleesverlater’: ze gaan ten onder als het onderwerp uit de actualiteit wegebt.
Bekende taalvirtuozen als Kees van Kooten introduceren prachtige nieuwe termen als `otofoto’ (selfie), die een lang leven beschoren zouden moeten zijn, maar jammer genoeg niet altijd gemeengoed worden. Uiteindelijk haalt maar een zeer klein deel van wat we vinden de Prisma-database – en snel daarna het papier – na zorgvuldige weging en deliberatie, uiteraard.
Maar ook wij lexicografen hebben zelf ook af en toe een verzetje nodig. En dan verschijnt er ineens een woord in onze woordenboeken dat aan geen enkele werkelijkheid is ontleend, maar puur aan de verbeelding van de redacteur van dienst. We noemen ze spookwoorden. Je zult ze in het echt niet tegenkomen en dus ook niet opzoeken, maar ze staan daar toch maar! En we scheppen er eer in om ze `echt’ te laten lijken. En na een paar edities vervangen we ze door andere. Deze zul je bijvoorbeeld niet meer aantreffen:
lambadatol tol die tijdens het draaien de lambada laat horen
gummelen 1) net op tijd de dans ontspringen 2) wijn drinken
librioso (muz.) vrijelijk, rubato
en in Duits-Nederlands:
Rammstein (der, m) Ramsteen <mythische rots waarin een ram is uitgehouwen>
De `lambadatol’ was een speeltje dat toevallig op het bureau van een redacteur lag. `Gummelen’ verwijst naar een collega die bij zijn afscheid, vlak voor een reorganisatie, heel veel flessen wijn kreeg. `Librioso’ is geen muziekterm, maar (bijna) de naam van de database waarin we onze woordenboeken hebben ondergebracht. En `Rammstein’… tsja, die redacteur heeft een uitstekende muzieksmaak.
Die niet bestaande spookwoorden zijn niet alleen melige grapjes onder collega’s. Het zijn ook functionele, effectieve verklikkers. Duikt ineens één van onze spookwoorden op bij een concurrent – op papier of op internet – dan kunnen we er makkelijk mee aantonen dat ‘ie ons geplagieerd heeft. En zo houden wij en onze collega’s elkaar eerlijk.
20170827