Gratis

Eén gratis gadget in elke verpakking!

Waar denk je dat ‘ie vandaan komt, jouw gratis gadget? Wie bracht ‘m bij jou in de buurtsuper? Wie reed de truck waarin het vervoerd werd? Wie tankte ‘m vol? Wie waste de truck voordat ‘ie de weg opging? Wie distribueerde, verscheepte, jouw gadget? Gratis.

Wie heeft ‘m ontworpen en in elkaar gezet? In opdracht van welk reclameteam, dat werkt voor welke fabrikant? Wie schreef en vertaalde de veiligheidsvoorschriften? Wie, denk je, betaalt uiteindelijk voor je gadget – Eén gratis in elke verpakking?

Niets is gratis, ooit, behalve de kaas in de val. Er zijn – als je ergens`gratis’ leest – maar twee vragen belangrijk: wie wil er aan verdienen en wie wil ervoor betalen?

Dit stukje is natuurlijk vooral bedoeld om traffic te genereren. Het volgende zou weleens over seks kunnen gaan. U kunt het gratis lezen.

20170114

Dief van je eigen portemonnee

`Je bent een dief van je eigen portemonnee als je deze aanbieding laat liggen.’ Deze oubollige, maar effectieve drogreden kennen we van de markt. Van wie steel je? Van jezelf. Bij wie komt de buit terecht? Bij diezelfde talige schizofreen dus.

`Volgens mij…’ Ook zo’n rare taaltruuk: je voert jezelf op om je eigen gelijk te halen. `Volgens mij heb ik jou helemaal geen 100 euro geleend’. Je weet precies wie die `mij’ is, maar doet net of je neus bloedt. Eigenaardige uitdrukking trouwens, die bloedende neus, maar daarover een andere keer.

Taal kan een spiegelpaleis zijn, waarin je makkelijk verdwaalt.

20170109

Oké

– `Vandaag scheurde ik uit mijn broek, kookte de melk over en is de kat doodgegaan!’
– ‘Okeeeeej…’

In Taal is zeg maar echt mijn ding verwondert Pauline Cornelisse zich over dat harteloze `oké’, dat als een stoomwals over het geschetste drama dendert. Ten onrechte, denk ik: in dat ene woordje, in deze context ontzet gefluisterd, zegt het: `jouw relaas heeft me diep geraakt’.

In minder schokkende omstandigheden is `oké’ een simpele, neutrale bevestiging en dat leidt ons meteen naar de simpele verklaring: OK is het computercommando waarmee je een mededeling bevestigt of een vraag beantwoordt.

Imiteren mensen steeds meer de zwart-wit communicatie van computers of tuigen ze  deze juist nonverbaal op met intonatie, mimiek en gebaren, zodat deze in alle mogelijke sociale contexten te gebruiken is? En omgekeerd: komt er een moment dat een computer ons `oké’ kan horen en interpreteren. Komt er een moment dat de computer als een mens op ons kan reageren?

– `Wilt u deze pagina écht verlaten?’
– [onwillig] `okeeeej…’
– `Nou, van míj hoeft het niet, hoor!’

20170103

Wie ben ik?

Wie ben ik? Ik noem me Roeland. Iedereen die Nederlandstalig is, noemt me Roeland. Maar die e is lang, lang geleden achter de o gezet om aan te geven dat je een korte klinker verlengt. Je ziet dat in middeleeuwse namen als Maerlant (aa) en Blancefloer (oo). Fijn en leuk om te weten als je een gruwelijk kantoorgebouw als Janssoenborch in moet. Je ziet het verschijnsel nog steeds, ook in modern Nederlands: de e achter de i, niet?

De i zelf heeft ook zo’n klinkerverlengende functie (gehad): oirbaar, Goirle. De Taaladviesdienst van de Nederlandse Taalunie schrijft voor dat we deze oi’s uitspreken als [oo]. Maar de dienst zegt niets over mijn oe!

Eigenlijk heet ik dus R[oo]land, maar is mijn naam kennelijk ontsnapt aan spellingshervorming. Dat zint me wel: een beetje stoer en eigenzinnig. Mooie manier om me te associëren met die legendarische Frankische ridder die met zijn laatste krachten op zijn Oeliefant blies.

20161227