B
ij een AI-workshop legde ik ChatGPT een aantal van mijn blogs voor en liet mijn schrijfwijze analyseren: zinslengte, woordkeus, stijlfiguren. Schalks vroeg ik de tool vervolgens een nieuwe blog `op z’n Roelands’ te schrijven over de gevaren van kunstmatige intelligentie voor de literatuur.
Nog geen twintig seconden later was er een tekst van 977 woorden gegenereerd, die stichtelijk besloot: `Laten we niet blindelings de weg volgen die de technologie ons wijst, maar laten we ons blijven afvragen wat de ware waarde is van creativiteit en expressie in een wereld die steeds meer wordt gedomineerd door machines’. Ik herkende er mijn stijl niet in, maar het was wel degelijk een behoorlijk coherent betoog in foutloos Nederlands.
Listig prompte ik vervolgens `Maak een haiku van deze tekst’. Het resultaat:
AI schrijft woorden
Menselijke ziel verdwijnt
Twijfel blijft bestaan
Op mijn prompt `Maak er een andere haiku van’ verscheen na een paar seconden op het scherm:
Woorden door machine
Geen ziel, slechts een algoritme
Literatuur vervaagt.
Technisch misschien niet in orde, maar inhoudelijk valt er weinig op aan te merken.
Wat is de ware waarde van creativiteit en expressie in een wereld die steeds meer wordt gedomineerd door machines? Goede vraag, Chat. Ik had ‘m zelf bedacht kunnen hebben…
20250620
emand kan wel onbesuisd zijn, maar ik ben nog nooit een besuisd persoon tegengekomen. Voorraden lijken wel altijd onuitputtelijk te zijn, nooit uitputtelijk*.
ls je klein woont en/of veel verhuist, condenseer je vanzelf je materiële bezit. Zo past dat wat nog rest van mijn gehele schoolgaande carrière – van mijn aap-noot-Mies tot en met mijn doctoraalbul – inmiddels in één gehavende HEMA schooltas uit 1979.
n de sprinter – ofwel het `stoppertje’, zoals de conducteur hem noemt – tussen Amersfoort en Putten mag ik meeluisteren naar een vrolijke vrouwenstem die vertelt hoe ze had geholpen met `aflammeren’. Wat je dan precies doet, ontgaat me, maar het resultaat was dat moeder en kind schaap het goed maakten, gelukkig maar.
578, Portugal, machtige zeevaardersnatie, Europa’s eerste koloniale macht, zucht onder de pest, mislukte oogsten en economische depressie. Goed moment, meent de piepjonge koning Sebastião, om een kruistocht te ondernemen tegen de ongelovigen van Noord-Afrika. Bij Alcacér Quibir stelt hij zijn leger in slagorde op, met aan één kant de Vleugel der Verliefden, een bataljon frivole jonge, ongetrouwde edelmannen, wel toebereid op een glorieuze overwinning en eeuwige roem, maar niet zo zeer op het gevecht.
ookies: niet alleen jij smult ervan – met `gepersonificeerde inhoud’ en op jou afgestemde advertenties – maar vooral degene die ze plaatst en zich te goed doet aan al die heerlijke data uit jouw privéwereld.
ké, nu ga ik een Echt Blog schrijven. Ik heb een professionele schrijftraining gehad, onder leiding van een ervaren coach, met een handboek ernaast. Geen spielerei meer, geen associatieve aaneenschakeling van woordspelige trouvailles, maar een Echt Blog. Dat is mijn doel vandaag.
o luidt de wonderlijke kop in een blog* onder de noemer `Keep moving’. Het artikel opent: `dus kocht u een biefstuk en gooide deze in uw koelkast aan het begin van de week. Het weekend is hier en je bent van plan om een lekker chique diner. Ziedaar, de steak lijkt een beetje vreemd.’
orige week werd orthopedagoog Tamara Luijer op RTL geïnterviewd, deze week was de beurt aan Timo Roeke van de Vogelbescherming. Later die avond schakelde mijn speelse hoofd van de tweede naar de vijfde versnelling, toen ik bij het crosstrainen een aflevering van QI* zag. Daarin besprak Stephen Fry het wonderlijke fenomeen dat mensen soms hun beroep bij hun naam gekozen lijken te hebben.
an mijn krantenwijkje kocht ik als puber elke maand één lp; de andere 30 gulden ging op mijn spaarrekening. Zo had ik na een tijdje een aardige verzameling dierbare platen, die ik allengs aanlengde met tweedehandsjes, goedkope nieuwe van dubieuze herkomst en uitverkoopjes. Ik was een latertje toen de cd eind jaren ’80 gemeengoed werd. Ik leende ze – armlastige student – bij de bieb en kopieerde ze naar een zich rap uitbreidende collectie cassettebandjes.
lke zaterdag zet ik mijn tanden gretig in de verse Scrypto van de NRC, met recht een slijpsteen voor mijn geest. Ondoorgrondelijke omschrijvingen, om dol van te worden; soms maar één woordje (`tros’, zeven letters*), soms een aaneenschakeling (`A(lles) zeggen’, 3+9+3+2+4+5+4**).
inds ik de cursus Elements of AI heb gedaan, kijk ik heel anders tegen mijn schaakvriendje Nelson aan. Nou ja, schaakvriendje… hij is nogal bot. Niet alleen omdat hij daadwerkelijk een bot ís, maar ook omdat hij me tijdens het spel trakteert op intimiderende opmerkingen. Al bij zet 2 schampert hij `Scholar’s mate today?’ en dirigeert zijn koningin naar A4. Later in het spel `Watch out’ of `I’m coming at you!’. Nelson is nogal overtuigd van zichzelf.
‘K richt de wereld in, wiedewiede naar mijn eigen zin”, piepte Pippi in 1972 bij monde van Paula Majoor. Mooi voorbeeld voor de huidige generatie potentaten die de wereldbol herschrijven.
orig jaar voltooide ik het libretto voor een nog uit/op te voeren opera. Ik schreef er ook de muziek bij en heb deze opgenomen, met behulp van vier fijne vocalisten. Het is maar de vraag of het libretto ooit in druk, als `boekje’ zal verschijnen, na jarenlange afbraak van het overheidsmecenaat door kabinet en volksvertegenwoordigers. Maar dat is een ander verhaal.
atuurlijk moeten we – zoals Frank Boeijen ons al jaren geleden vermaande – niet denken in huidskleur, `maar in de kleur van je hart’. Aanleiding voor zijn nummer Zwart-wit was de racistische moord op de 15-jarige Kerwin Duijnmeijer. Een taxichauffeur had geweigerd de dodelijk verwonde jongen naar een ziekenhuis te vervoeren: `wie wil er bloed op de achterbank…?’ Nederland was geschokt, in 1983.
n het dagelijks leven kom je af en toe een bloedneus tegen, maar een oog waar een bloedvat knapt, noemen we toch geen bloedoog. De kans dat we in Nederland ingesneeuwd raken wordt steeds kleiner, maar is voorlopig nog veel groter dan dat we ingezand raken, wat in woestijnen wellicht vaker aan de hand is. Je hebt ochtendmensen, avondmensen, nachtmensen, maar wie ‘s middags floreert, vindt zich in een woordenboek niet terug als middagmens. En je hebt wel landgenoten, maar geen taalgenoten.
eclameschrijvers verbergen meesterlijk hun agenda. `Koopt Nederlandsche waar’ werd `Kies voor het gemak van digitaal bankieren’. De laatste tijd worden we in reclames uitgenodigd om een product of dienst te ontdekken. Bedoeling blijft overigens dat wij ons geld eraan blijven uitgeven.
e sociale media hebben ons de afgelopen jaren verrijkt met een nieuwe beroepsgroep, in een volkomen unieke categorie. Je hoeft er niets voor te kunnen, kennen, maken of doen, je hoeft je alleen maar te tonen. Maar wie dat het beste kan, wie de meeste aandacht naar zich toe weet te trekken, is koning(in).
ij Nederlanders zijn gek op tradities én we zijn eigenwijs. Dus is Piet buiten de Randstad zo zwart als roet, een oeroud gebruik waar je – omwille van de kindertjes – van afblijft. Wij houden nu eenmaal van die olijke krullenkop met dikke lippen, altijd wat om te lachen. Al heeft de rest van de wereld nóg zulke lange tenen.
En `eigenwijs’ wil niet zeggen dat we star zijn, hè. We passen best oude tradities aan de tijd aan. Toen Beatrix aantrad, bleef Koninginnedag gewoon op 30 april. Want wie heeft er nou zin in een stervenskoude Vrijmarkt op 31 januari? Sint-Maarten vieren we liever in het weekend dan doordeweeks, veel handiger met werk en de kinderen op tijd naar bed. O, trouwens, dat vasten na zo’n slopende week carnaval hebben we maar helemáál afgeschaft, dat was echt geen doen. Kijk, zo kan het dus gewoon óók!
Niks star, niks conservatief: we staan wagenwijd open voor nieuwe tradities, ook, júist van ver over de grens. Oktoberfest, foodtruckfestivals, Halloween, Black Friday, en sinds kort zelfs Thanksgiving. Kenden we twintig jaar geleden allemaal nog niet eens. Als je erover nadenkt, wat je jezelf tekortdoet…
Maar we zijn er dan ook wel weer echt lekker Hollands eigenwijs in: Oktoberfesten zijn bij ons gewoon, heerlijk helder, in oktober en Black Friday duurt bij ons het hele weekend, zodat we tijd genoeg hebben om ons volkomen laveloos te shoppen. Wie kan daar nou over vallen?
Nou, doei, ik ga ff door, kerstmarktje pakken in Düsseldorf… doen we elk jaar tegenwoordig.
20191129 
en ik uitgeluld over taal, dat ik al zo lang niet heb geblogd? Nee hoor, in de tussentijd heb ik veel geschreven, waaronder een libretto (daarover later meer).
e lexicografische pionier Samuel Johnson schreef met enkele assistenten in negen jaar de monumentale `Dictionary of the English language’ (1755) bij elkaar. Twee volumineuze banden, doorspekt met citaten van o.a. Shakespeare, Spenser, Milton.
ebben mensen hardnekkig ruzie, dan vervallen ze vroeg of laat in categorische bepalingen:
oms, als mijn ogen langs woorden glijden, is het net alsof ineens de mist optrekt. Dan ontdek ik iets dat er allang was en volstrekt natuurlijk, maar toch… Ooit, bij het openen van een fles Château Des Roques zag ik ineens in dat het dakje boven de a, de accent circonflexe, staat voor een s. En daarmee komt `chasteau’ ineens heel dicht bij het Nederlandse `kasteel’.
oorden slijten, termen vergaan,
The Golden House’, de dertiende roman van Salman Rushdie, is een toverlantaarn en kijkdoos ineen, waarin feiten, fake news, fabelarij en mythicisme beurtelings een loopje met ons nemen. Een overdaad aan verwijzingen (popcultuur, cinema, literatuur, politiek) doorspekken het al zo bomvolle verhaal, waarachter een onnoemelijk duister verleden, intriges, geld en drugs de motor zijn.
euk nieuw taaldingetje: je kent iemand met een grappig loopje, of een maniertje of trekje. Het valt niet alleen jou op, maar ook je collega’s of vriendengroep, studie- of kroeggenoten. En dan doe je het ineens zélf, per ongeluk: je blijft wachten bovenaan de trap, totdat je tegenligger voorbij is. En die vraagt, verrast: `Hee, doe je een marloesje?’.
et is een ondergewaardeerde kunst: iemand diep beledigen. Het vereist inlevingsvermogen en welsprekendheid. Kun je je verplaatsen in de te beledigen persoon, dan weet je wat hem of haar het meest dierbaar is, welke taboes daar op rusten en hoe je die het radicaalst kunt overtreden. In de ene cultuur zijn ziektes een geschikt scheldthema, in de andere seks, stoelgang of `jouw moeder’.
hierry Baudet werd weggehoond toen hij wijsneuzig een toespraak begon met een Latijns citaat. Maar was hij in het Engels begonnen, dan had er geen haan naar gekraaid.
n mijn vorige blog had ik het over de bekende, hardnekkige dt-fouten die Vondel nog niet maakte. Onderzoekster
aal verandert, schreef ik al eens in mijn postje Fout Nederlands… Wie bepaald dat? Voortdurend ontstaan nieuwe woorden, uitdrukkingen, waarvan de meeste in korte tijd weer in vergetelheid raken. Ook de regels en normen die we officieel vastleggen in grammatica’s en in ons eigen hoofd zijn minder in beton gegoten dan we misschien denken. Ons gezamenlijke, min of meer gedeelde taalgevoel is bezig aan een eeuwige wandeling door het Park van de Onbegrensde Talige Mogelijkheden en blijft zelden lang ergens hangen.