A
ls je gehoor `verandert’, heeft de firma X daar wel een `oplossing’ voor, die je kunt `ontdekken’ in een van hun filialen. Lomp eufemisme, dat `veranderen’, maar hoort de klant liever dat ‘ie aftakelt?
Ook het klimaat `verandert’, in een steeds hoger tempo. `Dit was de koelste zomer van de rest van je leven’ las ik op een sticker op een lantaarnpaal. Ik heb even gehuiverd en ben doorgefietst. Blij dat ik geen kinderen heb, dacht ik nog. Genoeg mensen, ook met kinderen, om me heen aan wie die boodschap volledig voorbij ging. Ja, het was wel erg warm en droog dit jaar… Vooralsnog pakken we nog massaal het vliegtuig voor een weekje Dubai of Marrakech. Volgens Transavia is dat `gewoon’: iedereen doet het, niks aan de hand… Die boodschap klinkt veel luider en veel mensen horen ’m ook veel liever.
Maar de tijd van eufemismen is langzamerhand wel zo’n beetje voorbij. Ben je geen deel van de oplossing, dan ben je deel van de uitdaging. Uitdaging? Probleem, crisis, RAMP! Zelfs draconische maatregelen zullen niet voorkomen dat komende decennia natuurbranden, overstromingen, mislukte oogsten, hongersnood en massale migratie schering en inslag zullen zijn. Wereldwijd en in Bijbelse proporties.
Wie horen wil, die hore.
20260907
en oefening in nederigheid: als je zelf een typfout blijkt te hebben gemaakt waar je anders smakelijk om lacht, en dat nog wel in de kop van een mailtje aan een heel stel vrienden. Weliswaar had ik haast en weinig geslapen toen ik ‘verrassing’ dacht te typen, maar toch… Gelukkig waren mijn vrienden mild, of de fout is onopgemerkt gebleven; ik heb er althans nog niemand over gehoord.
en bepaald ongezellig stukje dit keer. In 1934 schreef de Koninklijke Vereniging van Meester Banketbakkers in Antwerpen een wedstrijd uit voor een nieuw koekje. Het winnende ontwerp, het Antwerpse handje, van Jos Hakker, greep terug op de plaatselijke sage van de reus Druon Antigoon. Deze woonde ooit aan de Schelde en eiste daar forse tol van alle schippers die hem wilden passeren. Van wie niet betaalde, hakte de reus (niet bakker Hakker) de hand af en wierp deze in de rivier. Zo zou Antwerpen aan haar naam zijn gekomen.
We kunnen maar zo veel doen’ om ons huisdier liefde te geven, verzucht de voice-over die ons duur dierenvoer wil verkopen. ‘In feite, de juiste voeding heeft de kracht om alles te veranderen’, namelijk. Een andere verkoopster geeft hoog op van de ‘essentiële oliën’ in haar cosmeticaproducten: onmisbaar natuurlijk.
et moge duidelijk zijn dat Donald niet alleen de sugar daddy van Mark Rutte* is, maar dat hij ook de baas van de FIFA tot zijn functionele nageslacht mag rekenen. Bijna letterlijk: Gianni Infantino (Kindje) doet álles om het zijn Amerikaanse adoptiefpapa naar de zin te maken. De rode kaart tegen US-spits Balogun werd schielijk ingetrokken, toen de excellente scheidsrechter Trump zijn kijk op de zaak aan Gianni had doorgebeld. De bal is niet rond.
raat je over hoeveelheden, weeg dan ook je woorden zorgvuldig. Noem je bijvoorbeeld het glas half leeg, dan heb je al snel het predikaat zwartkijker. Zelfverklaarde positivo’s daarentegen zien het glas als half vol. Voor de hoeveelheid drank maakt het natuurlijk niet uit: in het ene geval heb je dat genot al voor de helft binnen: dat kunnen ze je niet meer afpakken;) In het andere heb je de voorpret dat je de andere helft nog mag smaken. Allebei goed, maar toch is er een subtiel verschil.
eze week won Samuel Welten de Buma Award voor de grootste hit van het afgelopen jaar. Laat ik het niet hebben over de morele implicaties van het liedje, `Echte liefde is te koop’, of de originaliteit van die boodschap. `Een beetje geld voor een beetje liefde’ herinner ik me zelf nog (Angelique, 1982), maar sporen van liedjes over betaalde liefde kunnen we al terugvinden tot diep in de 17de eeuw. Die VOC-mentaliteit hè?
n het Teylers Museum, Haarlem, is nu een kleine expositie over verboden boeken. Deze belicht de morbide censuur waarmee religieuze organisaties en overheden wetenschappers te lijf gingen – soms letterlijk – om te zorgen dat hun confronterende bevindingen het gewone volk maar niet zouden verstoren. Copernicus, Galilei, Darwin natuurlijk, tot en met de nazi’s die Einstein tot ‘Relativitätsjude’ kleineerden en alle boeken die ze niet bevielen in de fik staken.
et de nationale evenementen net achter ons en de sportzomer voor ons, liggen de winkels weer vol met oranje gekleurde waar waarmee we gezamenlijk vieren Nederlander te zijn. Altijd een succes: partybrillen, opblaasbare bestelhanden (`vijf bier voor de koning’), tompouces en bitterballen zijn niet aan te slepen.
e blijkt er geld mee te kunnen verdienen: zo snel mogelijk een Rubiks kubus oplossen. Zag ik laatst in het Jeugdjournaal. Rick Hamburger doet het. Goed om te weten voor iemand die, zoals dat heet, `tussen twee banen’ zit.
iteratuur is voor tevredenen of legen.
nap staaltje, dat de spinners van het CDA in staat waren zo’n gewiekst frame uit de mouw te schudden; dat ze het zelfs verankerd kregen in het regeerakkoord: de Vrijheidsbijdrage. Een extra belasting om meer wapens en militair personeel te financieren. Hadden ze dit item er net zo klakkeloos in kunnen fietsen als ze het gewoon `Extra DefensieBelasting’ hadden genoemd? Natuurlijk niet: de term `Defensie’ is al wazig en weinig urgent; op Extra Belasting zit niemand te wachten.
r zijn nog steeds mensen die blind vertrouwen op wat ChatGPT ze vertelt. Wat je terugkrijgt op je prompt klinkt immers als goed Nederlands, geformuleerd in vriendelijke volzinnen. Je vraagt om het beste recept voor appeltaart en je krijgt het. Alsof een sympathieke, weldenkende en goed geïnformeerde instantie tot je spreekt, die elke vraag serieus neemt en geduldig beantwoordt. Intelligent, zo lijkt het.
e meester van mijn zesde klas las de uitslagen van de Cito-toets met een flinke dot ceremonieel voor. Niet alfabetisch, maar van de laagste naar de hoogste percentielscore. Wreed? Zeker! Sadistisch? Niet zo bedoeld, denk ik. De eerst genoemde kinderen konden hun tranen niet bedwingen bij de publiekelijke vernedering. Degenen met de hoogste scores kraaiden van geluk: eindelijk stonden de studiebollen bovenaan, na jaren van gepest op het schoolplein.
ls woordenboekenmaker stuitte ik soms op wonderlijke verschillen in culturen, zoals het regent pijpenstelen versus it’s raining cats and dogs. Of hoe het ene volk vloekt en scheldt met ziektes en het andere met seksuele of stoelganggerelateerde taboes. Of de tientallen woorden waarmee Inuit verschillende soorten sneeuw en ijs onderscheiden.
et ooit zo houterig degelijke NOS-journaal bedient zich steeds vaker van informele, eenvoudige taal. De presentators lezen losjes de op B1- taalniveau afgeregelde autocue voor. Verslaggevers in vrijetijdskledij interviewen `het volk’, dat in eigen woorden de vork in de steel mag duiden. `Het is ongelofelijk’ en `ik heb er geen woorden voor’, hoor je dan ook regelmatig.
ecember, lijstjestijd én opruimtijd. Zo heb ik nog stapels blogs-in-spe die zich maar niet willen manifesteren. Vragen waar je geen antwoord op hoeft te verwachten, ergernisjes waarin ik me hebt vastgebeten, trivia die ik nooit ergens smakelijk kan droppen, verstofte stokpaardjes die maar in m’n systeem blijven rondtrappelen. Herkenbaar? Mooi moment om er een paar af te vinken.
chaarste is, enerzijds, een groot goed. Ik was dertien en kersvers Beatlesfan. Bootlegs* – ongeautoriseerde geluidsopnames – waren voor mij de Heilige Graal, begeerlijker nog dan de reguliere albums. Veel duurder dus ook. Groot was dan ook mijn geluk toen ik, op een fanclubdag, een cassettebandje wist te scoren met daarop middag- en avondconcert van mijn Fab Four in Houston, 1965.
Meat is murder’ is een bekende plaat van The Smiths uit 1985. Voorzanger en vega-activist Morrissey bant sindsdien overal waar hij optreedt vlees van het menu. De albumtitel legt een verschil bloot dat we in het Nederlands niet hebben. Het Nederlands kent alleen vlees, maar in het Engels is `meat’ de aanduiding van vlees als consumptieartikel. `Flesh’ daarentegen leeft en is niet bedoeld om te eten. Door `flesh’ om te labelen tot `meat’ verhul je dat je levende dieren vermoordt om hun dode vlees, zal Morrissey gedacht hebben.
OSDRAF, las ik in een ondertitel van een klassieke dansfilm die me in de zomer door omroep ONS werd voorgeschoteld. Was het de manier van lopen van een vos? Nee, dat zou `vossendraf’ heten. Een plant dan, zoals hondsdraf? Ook niet. Internet levert één zoekresultaat, gekoppeld aan… fox trot! Natuurlijk, dansen, foxtrot, vosdraf.*
laat Utregs proate werd ons wel afgeleerd door mijn moeder. Zelf opgegroeid in de volksbuurt Geuzenwijk verfoeide ze toch de tongval die door Rijk de Gooijer en later Tineke Schouten en Herman Berkien landelijke bekendheid verwierf. Mijn moeder doorliep in de brave jaren ’50 de keurige kweekschool en werd kleuterjuf. Thuis was verzorgd taalgebruik de norm. We kwamen te wonen in Overvecht, het Almere van Utrecht, dat in de late jaren ’60 verrees op opgespoten zand. Mijn broertjes en ik pikten dus op school en op straat meer Utregs op dan mijn moeder lief was. We konden haar niet beter plagen dan door bij de lunch te vragen: `Maag ‘k ‘n plakie koas?’
olgend jaar verschijnt het laatste papieren Groene Boekje, las ik laatst in mijn taallijfblad Onze Taal. Ik werd er nostalgisch van. Wat barstte er in 1995 nog een gekrakeel los over de nieuwe officiële spelling. De pannenkoek en het hondenhok joegen veel taalliefhebbers en -professionals de barricaden op. Verfijnde regels leidden tot re-integratie naast reïncarnatie en tot onlogische woordbeelden als would-beschrijver. Appèl verloor het accent dat het onderscheidde van appel. En zo voorts enzoverder. De groene golf legde iedereen aan de spellingchecker.
P HUN PIK GETRAPT! De stelling van Koot en Bie – op hun Simpelpee uit 1980 – mag gelden als een staaltje profetisch inzicht.
ntelbare keren heeft die ijle stem me dat afgelopen decennia al toegezongen; op vakantie laatst ook nog in het Frans, Spaans en Portugees. `Karglas vervangt’, ook nog.
pa en oma Dol lazen De Typhoon, want ze woonden in Zaandam en droegen het roode hart links. Die verzetskrant was vernoemd naar een Brits oorlogsvliegtuig, maar opa en oma spraken het op z’n Nederlands uit: `de Tiefoon’. Wisten zij veel…
en jaar geleden werden de steigers afgebroken rond de Utrechtse Domtoren, na jaren van restauratie. Maar liefst 600 m³ natuursteen was vervangen, evenals rot hout, gebroken glas-in-lood, lekkend lood- en leiwerk. Nu kan de toren er weer een paar decennia tegenaan*.
ls achtjarige was ik diep onder de indruk van de donderende stem van Ko van Dijk, een van de vele vertellers die zich door Prokofjevs `Peter en de Wolf’ heen hebben geschmierd. Hij baste me de boodschap in klare taal toe: pas op voor wolven, gevaar, gevaar! Wolven zijn altijd de bad guys geweest, of ze nou hun scherpe tanden wilden zetten in Peter, Roodkapje of de drie biggetjes, of ze nou in het bos slopen of met de hele roedel Wall Street bij elkaar huilden.
n `Transit’ (Boekenweekgeschenk 1994) van Hella Haasse vond ik het woord `rapiarium’: een verzameling losse blaadjes, notities, ideeën, aantekeningen – uit het Latijn (rapere: plukken). Zoiets heb ik ook. Ik lees of luister en mijn talige brein gaat ermee aan de haal. Geestige spelingen van het woordlot (aangeschoten kroegtijger) of het plotse besef dat een woord echt betekent wat het betekent (een beetje is een kleine hap). Ze vallen me in en soms noteer ik ze, net als de aanhangers van de Moderne Devotie dat in hun rapiaria deden.
abels komen, labels gaan. Nog niet zo lang geleden kon je onbesmuikt reppen van een gevaarlijke gek, als iemand schuimbekkend en raaskallend over straat rende. Maar deskundigen en het grote publiek kantelden: iemand botweg voor gek verklaren kon niet meer. Zo iemand gingen we `verward’ noemen, een woord dat we eerder gebruikten als je bijvoorbeeld suiker in de soep deed, een naam verhapselde of zonder sleutels van huis ging.
et jargon van weermannen en weervrouwen* is zo voorspelbaar als hun onderwerp: `de hitte houdt Europa in zijn greep’, `het kwik stijgt lokaal tot tropische waarden’, `de temperatuur doet er morgen nog een flinke schep bovenop’, `dat kan gepaard gaan met stevige onweersbuien’. En bijna altijd weer is er meer of minder, amper of juist volop `ruimte voor de zon’. Ga maar eens turven hoe vaak je dat hoort**.
ij een AI-workshop legde ik ChatGPT een aantal van mijn blogs voor en liet mijn schrijfwijze analyseren: zinslengte, woordkeus, stijlfiguren. Schalks vroeg ik de tool vervolgens een nieuwe blog `op z’n Roelands’ te schrijven over de gevaren van kunstmatige intelligentie voor de literatuur.